Grenzen…

Men vindt mij doorgaans een ‘pittige tante’. Een ‘lomp knijn’ word ik ook regelmatig genoemd. Waar ik dat eertijds als teerhartige sterveling verschrikkelijk vond, vind ik het inmiddels een waar statussymbool dat ik met begeestering draag. Het staat voor mijn no-nonsens mentaliteit. Niet mauwen. Niet janken. Je ei uitkakken en doorvreten. Als mensen mij lief gaan vinden, wordt het oppassen, denk ik. Dan gaat er iets niet helemaal goed.

Heel vroeger is dat wel eens anders geweest. “Maar je moet ook wel je grenzen duidelijk aangeven…”, werd mij vroeger regelmatig, –zo nu en dan met licht verwijtend ondertoontje-, te kennen gegeven wanneer ik wel eens zuchtte onder het gewicht van zoveelste karweitje dat iemand mij op mijn bordje probeerde te deponeren. En daar zat natuurlijk wat in. Goed, grenzen stellen dus. Iets dat ik in de loop van de afgelopen 20 jaar aardig onder de knie heb gekregen.

De pest daarvan alleen is dat gelijk opgaand met mijn assertiviteits-evolutie, ook de manipulatie-evolutie van mijn gemiddelde medemens mee groeide in hoe de doelen alsnog bij mij te kunnen bereiken. Om daar dan weer mee om te leren kunnen gaan, vergde dat inzicht in het psychologische en vooral sociologische gedrag van de mensen om mij heen. Op momenten dat het dan vroeger even teveel werd, kon je je terugtrekken in je konijnenhol, met de deur van die eikenhouten boom stevig dicht, tot je weer genoeg was uitgerust om je grenzen met hand en tand te bewapenen. 

En toen kwam het WWW. Ik geef het ruiterlijk toe, het Wereld Wijde Web heeft ons veel gebracht. Kennis is macht, –mits je op de juiste plekken zoekt-, voor bijna alles hoef je de deur niet eens meer uit en op sociaal vlak zijn je vrienden in het verre buitenland plots dichterbij dan ooit. Waar je vroeger een briefje oprolde in een koker dat je per twijg om de poot van een duif bond en deze per carbid of met pijl en boog richting het naburig dorp afschoot, heb je tegenwoordig met een klik, een zucht en een wind de mobiele telefoon uit je broekzak tevoorschijn getoverd. Zeker in deze Corona charade komt het beeldbellen erg van pas als goed alternatief om mensen die je lief hebt, –bij behoefte zeg ik daar nadrukkelijk bij-, toch te kunnen zien of spreken. En aan het internet heb ik stiekem ook een aantal dierbare vriendinnen overgehouden tijdens mijn drukke bestaan als jonge moeder op momenten dat mijn toen nog klein addergebroed lieflijk lag te slapen. Waar het Vivaforum al niet functioneel voor was, ha!

Ikzelf heb mijn mobiele telefoon met dubbelzijdige tape aan mijn knoken vastgeplakt zitten. Ik houd hartstochtelijk veel van mijn telefoon. –Let wel, van mijn telefoon. Niet van u.- Ik voel een innige genegenheid voor mijn telefoon omdat ik zoveel met hem kan doen. Hij is mijn reisagent, mijn hypotheekadviseur, mijn bibliotheek, mijn buurtsuper, mijn ochtendkrantjes en mijn televisie c.q. cinema. Ik kan en wil alles met hem doen. Behalve bellen. Want ik haat bellen. En gebeld worden haat ik nóg meer. Met het grootste gemak denkt de mens: “Oh wacht, ik bel meteen even want een dagje wachten op een antwoord is zo 1985.”

Mensen die mij goed kennen weten inmiddels dat ze een zeker risico lopen wanneer ze mij bellen. Vanuit mijn telefoon zend ik dan een geur door, die via de radiogolven, –kabel en glasvezel kan ook, en het werkt zelfs op zonne energie–  langzaam uw huis binnendringt en daar zeker drie weken blijft hangen. Als u buiten mijn allergie valt, heeft u geluk en is dat WC-Eend of 4711. Maar bevindt u zich binnen mijn allergie, dan wordt het de geur waar WC-Eend oorspronkelijk voor was bedoeld. 

Zeker als het gaat om “gezellige” ‘Haai, hoewist?’ prietpraatjes. ‘Haai, hoewist?’-prietpraatjes komen zelden uit en leuk zijn ze al helemaal niet. Gewoonlijk betekenen ze namelijk: “Houd je kakement want ik wil even mijn kommer bij je in bewaring geven.” En meestal betekent dat het droppen van een probleem in elk aspect van het woord en waar jij de oplossing voor moet gaan bedenken. Want zelf nadenken, –overleven dus in deze-, hebben mensen in deze Pamper- en ‘Maar ik heb daar recht op!’-wereld uit hun systeem verbannen. Zelfs mijn telefoon heeft een hekel aan bellen en gebeld worden. 

Anderzijds is datzelfde Wereld Wijde netwerk dus een vloek in je bestaan. Het heeft de mensheid niet alleen gemak gebracht maar ook blasé , egocentrisme en gemakzucht. Alles moet meteen en liefst door een ander worden opgelost, vrije dag, vakantie of niet. 

Waar vroeger dat zwarte bakelietenmonster ergens in een donker hoekje van de hal rinkelde, geen brandend lampje knipperde als je even buiten de deur was geweest en de oproep had gemist, is dat heden ten dagen wel anders. Tegenwoordig wordt er te pas en te onpas een beroep op je gedaan. Gewoon omdat het kan. Want jij moet immers gewoon je grenzen aangeven. Tot die tijd zuig ik nog even lekker door. Om 21.00u ‘s-avonds. Op zondag. En wee je gebeente wanneer je je telefoon niet aanstonds te woord staat, want dan bellen ze je één nanoseconde later gewoon nóg een keer. Dan is de stap naar contact inmiddels maar een nanomillimeter. Zeven dagen per week, vierentwintig uur per dag. Dat jij aan de andere kant van de lijn wellicht precies op datzelfde moment je bips staat af te vegen, –gotverdomme, je blijft maar wc-papier trekken-, zien ze niet en dus is het er niet. Om stante pede daarop een app te sturen. Dat ze je al de hele tijd proberen te bellen en of je… Klaarblijkelijk was de té belangrijke vraag of probleemstelling dus ook gewoon in zipformaat naar je toe te zenden zodat je er antwoord op kan geven op een moment dat je wel de poepklonters uit je rectaal hebt kunnen verwijderen. Nee, want dat antwoord moest eigenlijk liever gisteren. Als er een tijdmachine bestond werd je waarschijnlijk zelfs in je verleden nog lastig gevallen.

De laatste jaren ben ik zeer ervaren geraakt in het stellen van mijn grenzen. Mensen krijgen inmiddels een nauw kontje als ik mijn onderkin laat zien. Het antwoord ‘neen’ klinkt vaak al wanneer de vraag zelf nog aan me gesteld moet worden. Maar, –redelijk als ik ben-, in mij huist nog immer de politiemens; het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel zitten in mijn desoxyribonucleïnezuur, zeg maar. En ik houd van d-u-i-d-e-l-ij-k-e COM-MU-NI-CA-TIE. Jawel!

Ik begin met een vriendelijk “Ik vind het heel vervelend voor je maar daar heb ik geen tijd voor.” In 1985 zou men daar mee hebben volstaan. Tegenwoordig is dat anders. Anno het 2021-WWW-tijdperk zijn we namelijk allemaal egootjes geworden. ‘Nee???’ Dan stellen we de vraag toch gewoon opnieuw. En dan begint de manipulatie pas goed. Want diezelfde vraag komt, heel wonderlijk, een paar dagen later voor de derde keer via een andere kant en in een ander jasje weer terug. Ook dan is mijn antwoord van een vriendelijk, doch ferme kennisgeving. Daarna zetten ze de ‘Ja maar…’-module in. 

Kijk en dan is mijn geduld zo’n beetje opgesoupeerd. Dan trek ik mijn prachtig lederen oude bruine koffer op tafel. Daarna hoor je twee keer een klik en duw ik, –met onderkin-, zwijgend en langzaam het deksel omhoog.

In die koffer ligt een enorme berg kleding, doordrenkt van het desoxyribonucleïnezuur van mijn vorige offerande.

En bovenop die berg kleren ligt een bijl. Een hele oude maar vooral hele botte bijl.

U bent dus gewaarschuwd.

Advertentie

Over klein ondernemerschap en slecht betalende opdrachtgevers…

Vanaf het moment dat mijn schattige wederhelft, -en later ondergetekende-, de kindermondjes binnen ons gezin als zelfstandig ondernemer zijn gaan voeden, stond en staat de telefoon roodgloeiend. Van heinde en verre weten de opdrachtgevers ons te vinden. En dat is fijn. U levert de klus, wij klaren hem. Een win-winsituatie.

Hoewel zijn ‘nauwkeurig op het naadje’-habitus binnen ons gezin vaak tergend irritant is, -je kwaliteit is immers ook meteen je valkuil-, staat mijn echtgemaal bekend om zijn uiterste precisie, hetgeen zeker geen voetangel betaamt in de reclamewereld waarin hij vertoeft. Uiterst enthousiast weten de bloeiende reclamebedrijven de weg naar zijn professionaliteit met zijn immer geslepen snijmesje te vinden. De goeie oude maat, Pirke de Reclamekoning, “Als ge het nie mir wit, dan vatte mar kit en als ge nie wit wor vur, dan vatte mar pur”, die alom bekend en geprezen is om zijn goeiige karakter, al was het alleen al omdat hij áltijd voor iedereen klaar staat en voor-tref-fe-lijk werk aflevert.

Diezelfde weg weten de opdrachtgevers klaarblijkelijk dan weer niet te vinden wanneer de facturen, met een keurige betaaltermijn van 30 dagen, op de digitale deurmat vallen. De meest creatieve  redenen hebben we al voorbij zien varen, met steeds stipt op nummer 1: de spamfilter.

Wanbetalers

Wanneer na 3 keurige herinneringen, de vlijmscherpe AANMANING, -vanaf heden nu na één herinnering en mét € 40,- administratiekosten, u kunt er maar vast rekening mee houden-, op het beeldscherm verschijnt, heeft diezelfde spamfilter plotsklaps een snipperdag. Dan schieten ze als ware door een wesp gestoken uit de donkere krochten van de ongewenste post, regelrecht het POSTVAK-IN binnen. Zoals een ware narcist betaamt, het ego tot op het bot gekrenkt. Aan Peer kan het gewoon niet liggen, die hoor je immers nooit als we tegen hem aan pissen. Dan moet het wel dat takkewijf van hem zijn.

Van de 15 opdrachtgevers die graag gebruik maken van de expertise van mijn gade, zijn er zeggen en schrijven 3 die keurig betalen. Wat zeg ik? Die tot onze stomme verbazing een dag na de mail het volledige bedrag al op de rekening gestort hebben. Een van deze 3 musketiers presteerde het zelfs om, in het begin van onze eerste boekhoudkundige schreden, contact op te nemen omdat we de BTW er vergeten waren bij te berekenen. En we moesten per slot van rekening geen dief zijn van onze eigen portemonnee. Ik koester u, ik koester u.

De rest blijft onverminderd twee, drie, vier maanden achterlopen op de betalingstermijn van toch al 30 dagen. Terwijl wij vaak zelfs überhaupt nog twee weken wachten met het versturen van de factuur.

Nou hoor ik u denken, ach, wat maken die paar weekjes nu uit. Maar, hoewel ik eigenlijk best een beetje had mogen rekenen op uw gezond boeren verstand, leg ik het u graag een keertje uit, beste WANBETALER, -want dat bent u-.

Op zich doen wij niet zo heel erg moeilijk wanneer de betaling een keertje aan uw aandacht is ontsnapt. Maar misschien kunt u bij het schielijk wegkijken van uw boekhouding, wellicht een volgende keer toch een beetje rekening houden met het volgende:

Een kleine zelfstandig ondernemer, een ZZP’r zogeheten, heeft financieel niet hetzelfde draagkrachtige fundament zoals dat bij uw grote firma het geval is, met allerlei bankgarantie en onderwaterwereld. Bij zo’n freelancer moet er maandelijks geld op de rekening komen. Want zijn schoorsteen moet ook roken. En al komen we een heel eind, van de liefde alleen kunnen ook wij niet leven, net als u. Met uw tijdige betalingen, kunnen wij pas met een beetje wind in de zeilen een buffertje opbouwen. Wanneer u niet betaalt, ligt ons betaalverkeer ordinair plat. Voor zzp’ers zijn de gevolgen van wanbetalers veel ingrijpender dan voor grote bedrijven. Dit geldt met name voor beginnende zzp’ers. Zzp’ers hebben namelijk vaak slechts enkele opdrachtgevers omdat ze ook graag voor u klaar staan. Als één klant vervolgens niet tot betaling over gaat, heeft dit direct financiële consequenties voor ons, ook al proberen we voor u de facturen zoveel mogelijk te spreiden. Als een zzp’er twee maanden exclusief voor u heeft gewerkt en u er vervolgens een potje van maakt, is het niet moeilijk voor te stellen dat een zzp’er vervolgens financieel in de problemen komt.

Tot op heden treft u het met het pluizige verzoek, -vermenigvuldigd met drie dus-, van mijn echtgemaal of u dan toch alstublieft-dank-u-wel nu wél de rekeningen wilt overmaken. Want ook onze BTW moet om de drie maanden keurig netjes bij de belastingdienst binnen zijn. Net als de premie volksverzekeringen, de bijdrage voor de zorgverzekeringswet, de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering, de inboedelverzekering, de hypotheek, het gas, water en licht, de schoolrekeningen voor de kindertjes en bovenal het vullen van de mondjes van deze aandoenlijke bloedjes. Anders gaan ze maar dood en dat zou reuze zonde zijn.

De inkomsten van een freelancer zijn wellicht iets hoger dan dat van een gemiddelde loonwerker, doch de kosten die u doorgaans afdraagt voor deze loonwerker, neemt de freelancer voor zijn eigen rekening. Daarbij komt dat u de freelancer kunt wieberen na karwei, u zit immers niet gebonden aan een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Als de klus is geklaard, zou u eens vriendelijk naar elkaar kunnen wuiven. Baai baai-zwaai zwaai.

Denkt u daar maar eens aan wanneer u weer eens met uw golftas naar het zonnige Turkije vliegt. En met iedere extra maand die nieuwe smoes, heeft uw voorganger al proberen weg te komen. Wist u dat er een top 5 bestaat? U blijkt er in te staan! Wel 5x! Dat is op zich al een sticker waard.

5-smoesjes-die-wanbetalers-het-meest-gebruiken-en-wat-je-er-tegen-kunt-doen_lg

En ik ben het met u eens, mijn pluis moet ook eens haar op zijn tanden krijgen. Want de gelegenheid maakt de dief, dat ben ik volledig met u eens. Geeft u mensen de ruimte, dan zullen ze deze ruimte nemen. Daarvan ben ík mijzelf al jaren bewust. Een reden waarom sommige mensen mij doorgaans niet zo aardig vinden. Ik ben namelijk zwaar behaard op mijn gebit. Maar enkel wanneer u dat verdient. Ere wie ere toekomt.

Ik hoor u nu tandenknarsen. Maar voordat u mij weer eens voor allerlei jeukende ziektes verslijt, u zou uw hand ook eens in éigen boezem kunnen steken. U zou in plaats van het likken van uw gekrenkte ego, ook eens eerlijk naar uzelf kunnen kijken en wat ruggengraat kunnen laten zien. Selbstreflexion. Zeit für ein bisschen Selbstbesinnung. Want als de dief van uw mooie dure lichtbak stampvoetend en briesend op zijn eigen teentjes trapt wanneer u uw intellectuele eigendommen terug eist, dan is dat best een beetje wonderlijk, vindt u niet. Dat is de wereld op zijn kop.

Wanneer u nu gewoon betaalt, rookt de schoorsteen bij ons ook. Heeft u weer een mooi staaltje werk bij uw klant waarmee u kunt pochen en staan wij een volgende keer weer voor u klaar. Anders is mijn man binnenkort genoodzaakt om, door uw toedoen, tegen wil en dank weer terug in loondienst te moeten. En kunt u dus geen gebruik meer maken van zijn fijn omlijnde maatwerk. Want bij u zal dat dan niet zijn, die loondienst, al moet ik daar hoogst persoonlijk zelf voor gaan liggen.

Dan kunt u dit meiske wel weer als afvoerputje gebruiken en uw verantwoordelijkheden naar haar afschuiven maar daarmee houdt u alleen uzelf voor de gek. Dit meiske is namelijk hartstikke lief. Mits u dat ook voor haar bent. Of nog beter, voor Reclame-Peter. Maar als u aan hem, en dus aan haar, een oor naait, naait zij u er nog sneller vijf terug, voor elke smoes van u één exemplaar. Met terugwerkende kracht. Wie goed doet, goed ontmoet. U begrijpt, mijn eigen clientèle betalen wel. Altijd. En wij hebben immer een geweldige werkrelatie.

U loopt dus binnenkort het risico dat u mij treft in plaats van mijn gevlokte koene ridder. Gelooft u mij, dat wilt u niet. Daarbij loopt u uiteraard een keer de kans een koekje van eigen deeg te mogen proeven bij die net even heel belangrijke en kostbare order die u hiermee kon binnentrekken.

Joh, agendafoutje van zijn echtgenote. Zal wel in de spamfilter zijn terechtgekomen. Kan gebeuren, toch?

Van die blaren en die billen, weet u nog?

 

The invasion of the bodysnatchers…

20191121_102018[14285]

Op mijn spaarzame vrije dagen verveel ik mij nooit. Wanneer ik niet vervaarlijk rond zwaai met mijn penseel over allerlei equipage, scharrel ik regelmatig rond in des  augiasstal zaliger, tussen de pulp welke u, en masse, afgedankt en wel achterlaat bij de kringloopwinkel.

Zo liep ik er laatst weer rond te foefelen toen mijn speurend oog viel op een wonderlijk stukje kunst, ver weg geklemd tussen twee onooglijke lege fotolijsten. Iets in het doek fascineerde mij mateloos maar ik kon niet vertellen wat. Vond ik het ding mooi? Neen, niet per definitie maar dat is ook niet het oogmerk van een kunstenaar. De techniek was duidelijk nog niet ontwikkeld. De bonenstaken die griebelig de lucht in geschilderd staken, leken nog het meeste uit de vingers van een kind te zijn ontsproten en verzachtten enigszins mijn kritisch oog. Ik ben dol op de handvaardigheid van kindertjes. Die verstaan de kunst om doel los te laten en te schilderen vanuit hun gevoel. Daar ontstaan vaak de meest intrigerende verhalen uit.

Hoewel de bomen allemaal aan de voorzijde staan gepositioneerd en enig perspectief ver te zoeken is, liet de compositie me ergens ook wel weer twijfelen aan de onvolgroeide ontwikkeling van de producent. Iets in de sombere stand van de bomen vertelde me toch wellicht te maken te hebben met een oudere persoonlijkheid. De compositie was net iets te gekunsteld voor het spontane van een kind. Het kleurenpalet te precieus voor de gedachteloze verfstreken van zijn ongeremdheid. En toch… Of toch niet… Of wel… Hmmm…

Ondertussen laat ik mij verzinken in overpeinzingen naar het moment van ontstaan van dit werk. Wat ging er door wie heen toen hij of dit met het doek bezig was. Was het de somberte uit de donkere krochten in iemands gedachten  die eruit moesten na een boze droom over vleesetende planten? Of wilde deze persoon gewoon de nasleep van de Californische bosbranden vereeuwigen? In ieder geval zal het met overgave gemaakt zijn, al heeft het werk iets triest. Of vind ik het naargeestig? Of gewoon alleen maar minimalistisch, zo met die kale staken in de lucht, in schril contrast met de warme kleuren van de achtergrond.

Was het een ‘eerste werk’? Of hing het jaren als moederdagcadeau bij moeder aan de muur? Om uiteindelijk bij de kringloopwinkel te belanden nadat moeder in een verpleegtehuis werd opgenomen? Dat is uiteindelijk nog het allersneuste van alles.

Zuigen kreng!

IMG_0255

Heeft televisie een slechte invloed op onze kindertjes en hun ontwikkeling? Ik denk dat dit best voor een gedeelte het geval kan zijn, al is het ene kind er wat vatbaarder voor dan het andere. Zoals het ene kind later wél van het paadje afwijkt en het ander niet, onder invloed van allerlei genetische en maatschappelijk factoren.

Het ene kind stelt meteen het spek op zijn kleuterbips ten toon in een overvolle winkel, na het zien van een aflevering van Chin-Chan, het ander houdt zijn hoos keurig op zijn heupjes, maar zit wel ondersteboven in het schap met de chips. Ik denk dat de media sowieso menselijk gedrag beïnvloedt, of je nou 5 jaar bent of 40, of het nou om reclame gaat of om Nickelodeon. De mens kopieert nou eenmaal. En het lijkt mij best recommandabel om daar rekening mee te houden, maar om nou je kind geheelonthouder te maken van alles wat maar pedagogisch niet bepaald gewenst is volgens de geldende normen, lijkt mij schromelijk overdreven. Die ukken moeten toch leren wat goed is, en dat kan volgens mij alleen wanneer ze ook met slecht te maken krijgen. Hoe moeten ze nou leren wat goed is, als ze ‘slecht’ alleen maar kennen van ‘horen zeggen’? Goed zouden ze dan lijfelijk mogen ervaren, slecht is iets wat ze uit boekjes moeten leren. Best eng, lijkt mij, want áls dan een keer de pleuris uitbreekt, waar blijf je dan zonder dat laagje eelt op je zieltje? En zeg nu zelf, een weeïg zachte ruggengraat zonder knoesten met eelt en een paar stevige poten geaard in de grond, wie wordt daar nou blij van…

Ik probeerde het altijd, –op hoop van zegen-, gewoon te gebruiken als educatief voorbeeldmateriaal. Grinnikend, giebelend en giechelend samenspannen op de bank; “Kijk, leuk hè, maar héé, zo hoort het dus eigenlijk niet.” En eerlijk is eerlijk, ook al vind ik het gemiddelde KRO kinderprogramma leuker, die jackasses willen ook knalle, schiete en fegte. Want da’s stoer, eh…cool, eh…swag…

Ooit hadden mijn wederhelft en zoon (toen nog schattig 6) pedagogisch verantwoord kwaliteitstijd. Met een volgelopen gemoed van vertedering zat ik naar het plaatje te kijken. Interactie tussen vader en zoon, hoe mooi kan het leven zijn. Met dank aan Playstation XIV.

Tussen de vlammenwerpers, exploderende TNT-bommen en geratel van machinegeweren door, hoorde ik wel steeds een verontrustend agressief klinkende stem na iedere knal roepen: “SUCK ON THIS!”

Suck on this? Met sokken zal het vast niet te maken hebben. En het was ontegenzeggelijk bedoeld als “Hier, pak aan!” Maar de letterlijke vertaling liet niets te wensen over aan mijn verbeelding en ik zag bij het steeds opnieuw horen van de onverbiddelijk haatdragende klanken, een tafereel voor me, geknield en zuigend in bedwang gehouden. Al had ik het gewild, ik was niet meer bij machte om hier nog iets in om te buigen naar een onderwerp ter illustratie van hoe het vooral niet moest. Mijn echtgemaal klaarblijkelijk ook niet, getuige de ‘oe’s’ en ‘shit’s’ die uit zijn strot geperst werden, terwijl hij zich steeds achterover liet vallen op de bank.

Beng! Suck on this! Baf! Suck on this! Dengdengdengdengdeng! Pak aan, sukkel! Piewiewiew! Zuigen, kreng! Dat kleine jongetjes, onder invloed van hun testosteronspiegelschommelingen hun plaats in de pikorde zochten, door zo nu en dan Rambo te kopiëren, kon ik nog enigszins volgen. Maar hoe ging ik mijn kinderen uitleggen dat het niet bepaald gebruikelijk is om mensen letterlijk en figuurlijk neer te halen en het ook niet zo vriendelijk is om hen dit ook nog eens zuigend te laten doen aan Joost mag weten welk voorwerp?

Een paar dagen later was het onheil al daar. Buiten sloop zoon rond in de tuin, met een fictieve mitrailleur, –had hij nou echt geen denkbeeldige geluidsdemper op het ding kunnen schroeven?-, en pafte zonder pardon, bij de minste beweging, zijn al even schimmige vijanden neer. Na iedere knal –BENG– klonk een oerkreet uit de keel van mijn zoon, gevolgd door: “Sokkon-dis!”

Tegen de tijd dat hij een heel peloton geknield en oraal gestraft voor zich had zitten, vond ik het welletjes. Tijd om toch in te grijpen voor een pedagogisch gesprek.
Blijkbaar liep ik in de weg. Onderwijl spichtig achter mij doorkijkend, keek hij me, met zijn felblauwe ogen hevig geïrriteerd aan:

“Mah-ham! Ga nouwes aan de kant, ja! As je niet hul snel veg gaat, dan pak ik mun sokkon-dis en dan schiet ik jou neer!”

IMG_0254

Het juiste perspectief…

Kerstgroet

December, kerst 2017. De maand van nostalgie en overpeinzing. Hoe ouder ik word, hoe sneller de tijd voorbij gaat. Zoals de maand vroeger voelde, zo voelt nu een jaar.

Vaak worden we in de tijd overspoeld door allerlei onbelangrijk geneuzel. Wat eten we vanavond en wie doet de daaruit voortkomende en steeds weer terugkerende verschrikkelijke boodschappen. Je laat je gelaten frotteren door je dorpsbewoners bij het koelvak van de groente en je wurmt je met veel gemopper en ergernis door het steeds slechter rijdende verkeer heen. Griepjes en verkoudheden. En Nederland staat strak bij de eerstvallende tien centimeter sneeuw. CODE ROOD, MENSEN!!

Ook in het afgelopen jaar zijn ons weer een aantal mensen ontvallen.

In januari overlijdt striptekenaar Jan Kruis, de geestelijk vader van Jan Jans en de kinderen, op zijn 83e. Menig heeft genoten van de lotgevallen van het gezin waarin we onszelf allemaal in herkennen.

In februari vinden meer dan honderd mensen in Afghanistan de dood door sneeuwlawines. Die schijnen nogal hard aan te komen blijkbaar. En Nijntje-schrijver Dick Bruna overlijdt op 89-jarige leeftijd.

In maart overlijdt rasactrice Kitty Courbois op 79-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hersenbloeding. Londen wordt getroffen door een aanslag omdat een zieke geest op de Westminster Bridge het nodig vindt om te moeten inrijden op voetgangers. Intelligentie zit niet in je rechterpoot, dat blijkt wel weer.

In april wordt in Stockholm ook een aanslag gepleegd. Een gestolen vrachtwagen rijdt in op winkelend publiek wat het leven kost aan vijf mensen. De Wondere Wereld van Chriet Titulaer houdt op deze aardkluit op, hij werd 73 jaar.

In mei komt acteur John Wijdenbosch samen met zijn vrouw en dochter bij een auto-ongeluk om het leven. De auto waarin zij zaten raakte op de A6 vlakbij Lelystad van een talud en kwam in het water terecht. Hoeveel pech kun je hebben. Robert Miles overlijdt op 47-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker en James Bond-acteur Roger Moore overlijdt op 89-jarige leeftijd. Ook hij leed aan kanker.

In juni raken scholieren en docenten van een middelbare school uit Geldrop gewond bij een busongeluk in Frankrijk. Ze waren op weg voor een ééndaagse trip naar Londen. Gelukkig geen doden, maar je voelt je niet heel erg jofel als je daarna je kind in een gammele bus met een al even gammele pensionada-chauffeur mee moet geven naar Luik. Wie dit soort uitjes toch steeds weer verzint, heeft geen kinderen, het kan niet anders. Nederland wordt opgeschrikt door de vermissing van Savannah en Romy. Beide jonge meisjes zullen tot afschuw van iedereen niet meer levend terugkeren. Sandra Reemer overlijdt op 66-jarige leeftijd aan de gevolgen van borstkanker.

In juli overlijdt de zesjarige hartenbreker Tijn, die bekend werd door zijn hartverwarmende nagellakactie tijdens de Serious Request van 3FM 2016, aan de gevolgen van hersenstamkanker. Goed nieuws is dan weer dat, nadat een gletsjer is gesmolten, het Zwitserse echtpaar Marcelin en Francine Dumoulin terug wordt gevonden, nadat ze 75 jaar vermist zijn geweest. Ik persoonlijk had liever Tijn behouden maar, oké, ik ben blij voor de familie Dumoulin.

In augustus wordt het lichaam van Joey Hoffmann gevonden. Hij werd sinds 8 juli 2017 in Turkije vermist. Het schijnt een ongelukje te zijn geweest. Daar is echter niet iedereen van overtuigd.

In september overlijdt Hugh Hefner, polyamoureuze slet en oprichter van Playboy, op 91-jarige leeftijd. Dick Passchier overlijdt op 84-jarige leeftijd. Onze jonge garde zal hem niet kennen maar hij zorgde voor veel van ons in de jaren 70 van de vorige eeuw voor veel televisieplezier op de zaterdagavond met Stedenspel, Spel zonder grenzen, Tweekamp en Zeskamp. 29 mensen raken lichtgewond bij een mislukte bomaanslag door een al even mislukte sukkel op de metro van Londen.

In oktober wordt tot grote afschuw van ons allen het levenloze lichaam teruggevonden van Anne Faber, een prachtig jonge meid van 25 jaar die sinds september werd vermist. Het zal je lieve eigen meiske maar zijn. De klootzak die dit op zijn geweten heeft en wiens naam het verspillen van je asem niet waard is om ooit nog uit te spreken, mag wat mij betreft algeheel gangreen krijgen, te beginnen bij zijn kruis. Het zal het gezwel maar zijn dat je hebt gebaard.

In november overlijdt Politicus Eberhard van der Laan op 62-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Hij krijgt een staande ovatie door inwoners van Amsterdam. Ik vond het een stiekemerd, maar over de doden niks dan goeds dan maar. Vakantieman Frits Bom overlijdt op 73-jarige leeftijd en Hans Kraay sr. overlijdt op 81-jarige leeftijd.

In december spoelt op het Zeeuwse strand bij Domburg een potvis aan. Maar liefst 13,5 meter lengte. Het gewicht is niet meer te meten. De potvis is dood. We dopen noemen haar Cecile-Francisca.

Wie dit dus leest: YOU ARE ALIVE AND KICKING!

Count your blessings, be grateful en koester je vriendschappen en je gezondheid. Pluk de dag en haal eens wat vaker je schouders op. Ik drink met kerst een pint op jullie allemaal!

Voor een ieder een geweldig en warme kerst. En vooral een prachtig 2018 vol liefde en gezondheid.

kerstlol-067

De tip van Johanna…

Wis

Als je aan een psychopaat denkt, zie je gemiddeld genomen het algemene beeld voor je van een zonderling, kwaadaardig en gevaarlijk persoon. Een gestoorde gek aan wie je het duidelijk af kunt lezen, een perverse viezerik. Aan wie je het al ziet als je in zijn ogen kijkt. De griezel die je, met schuim om de mond, met een bijl achterna zit. Iemand als sekteleider en moordenaar Charles Manson bijvoorbeeld. Of het personage Jack uit het verhaal van The Shining van Stephen King.

We willen onszelf graag wijsmaken dat dit type kwaadaardigheid in de mens niet zo vaak voor komt, liefst ver van ons vandaan plaatsvindt, altijd ergens anders zijn slachtoffers maakt. Omdat we nu eenmaal graag in heldere en overzichtelijke hokjes denken. Dat voelt veilig omdat we de gedachte niet kunnen verdragen dat het kwaad zich gewoon onder ons bevindt.

Helaas is dat wel zo. Het vermomt zich als een heel gewoon persoon. De buurman, zijn vrouw, dorpsgenoot of zelfs je baas. Je kunt ze vinden op iedere werkplek, hoog in de organisatie. Zeker in bedrijven waar het vooral draait om macht en geld. Misschien ben je er mee getrouwd of ben je zelfs uit hem of haar voortgekomen.

Die gedachte is angstaanjagend. Het schopt ons gevoel van veiligheid onderuit en maakt dat we gedwongen op onze hoede moeten zijn. Je ziet het aan de gewone ‘next door’-personage immers niet af en wie kunnen we dan nog vertrouwen?

Maar als je goed kijkt, je verlangen naar dat veilige hokje durft los te laten, de gedachte durft toe te laten dat zo iemand wel eens dichterbij kan zijn dan je zou willen, als je weet waar je naar moet kijken, dan kun je ze herkennen. Dan kun je ze zien. En er je voordeel mee doen. Maken dat je op tijd wegkomt bijvoorbeeld.

Dat is wat ik deed in het voorjaar van 1995.

Proloog

Wat vertellen de vingers ons…

Handpalm-lezing-1

Op Lifetrend staat een aardigheidje. Er wordt beweerd dat de lengte van je pink ten opzichte van de lijnen in je hand iets over je persoonlijkheid zegt. Hoe steekt u in elkaar wanneer de top van uw pink boven de lijn van het eerste kootje van uw ringvinger uitsteekt. Of daaronder. Of, in mijn geval, precies er tegenaan.

Nou is ondergetekende altijd wel in voor een fopje.

Ik val dus, zonder smokkel, met mijn bescheiden graftakken onder type nummer 1.

thumbnail_IMG_3990

Eens loeren of de uitleg van mijn persoonlijkheid een beetje klopt…

Er staat, ik citeer:

Als je pink precies in lijn staat met de bovenste lijn van je ringvinger (dat doet íe, brand los…), dan betekent dit het volgende:

Je houdt je gevoelens voor jezelf en bent niet echt open naar vreemden. Maar als je iemand hebt die je vertrouwt, dan ga je de meest diepe emotionele band aan. Hmm, volgens mij heb ik die meest emotionele band toch met u allen. Over het diepe laat ik mij niet uit.
Je kan een beetje arrogant zijn, maar dat is niet hoe je bent. Dat laatste betwijfel ik.
Je kan slecht tegen leugens, huichelen en oneerlijkheid omdat totaal het tegenovergestelde is van hoe jij bent. Ik zal het u sterker vertellen, daar staat bij mij de doodstraf op. De brandstapel welteverstaan.
Je bent het strengst voor jezelf, je vraagt altijd het beste en meer van jezelf. Dat klopt. En als dat dan niet lukt, ben ik buitengewoon slecht gehumeurd.
Je kan nog al excentrisch zijn. Helemaal waar. Punt.
Je hebt een groot hart en wilt altijd anderen helpen. Ik heb de gaten in mijn klopper gevuld met Polyurethaan.

Waar valt u onder? Ik ben razend benieuwd!

Dinsdag is voorbij, Nicci French

Dinsdag

*️⃣*️⃣*️⃣*️⃣⏺

Als Maggie Brennan als maatschappelijk werkster van de Sociale Dienst in Londen een huisbezoek moet afleggen bij een cliënte die enkele weken geleden, na een opname en ontslag uit het psychiatrisch ziekenhuis, weer thuis is gaan wonen, blijkt deze Michelle Doyce juist visite te hebben. De man zit grijnzend op de bank, in een hand een koffiebroodje en twee volle theekopjes op tafel. Om zijn hoofd zwermen duizenden hongerige vliegen. De man blijkt al een tijdje te zijn overleden. Wie is de man en hoe kwam hij terecht op de bank bij Michelle? Dat is het vraagstuk waar inspecteur Karlsson met zijn team voor staat. Maar wanneer ze de ernstig verwarde Michelle proberen te verhoren, kunnen ze van haar verklaring geen brood bakken. Een reden voor Karlsson om opnieuw bijstand te vragen van psychotherapeute Dr. Frieda Klein.

Het verhaal ademt logischerwijs dezelfde sfeer als het eerste boek van de serie, het heeft echter meer verrassende plotwendingen die het samen met de diversiteit aan verschillende personages met ieder hun eigen achtergrond levendig maken. Soms lijkt een hoofdstuk wel wat te neigen naar extra vulling met informatie die weinig terzake doet, maar over het algemeen blijkt het later in het plot toch een bedoeling te hebben. Al kost het soms wel enige moeite om de aandacht te blijven houden in die gedeelten en niet te skippen. Er is meer dan voldoende geloofwaardige research gedaan; De emoties bijvoorbeeld die  politiemensen voelen als ze een slechtnieuwsgesprek moeten gaan voeren met ouders, zijn heel authentiek beschreven. Dat maakt dat je je als lezer serieus genomen voelt.
Het slot is mooi en biedt genoeg opening voor nieuwe elementen in een volgend boek.

De virtuele stadswandeling van Frieda, langs de verborgen en ondergrondse rivieren in Londen in hoofdstuk 50 is fabelachtig. Je krijgt de neiging om de namen te gaan googelen om te zien of ze daadwerkelijk bestaan en verder op zoek te gaan naar de geschiedenis van Londen.

Nicci French is het pseudoniem voor het auteursechtpaar Nicci Gerrard en Sean French. Ze schrijven altijd alleen; Gerrard in haar studeerkamer en French in zijn schuurtje in de tuin.
Gerrard (1958) studeerde Engelse literatuur, gaf les, had een tijdschrift voor vrouwen en was freelance journaliste. Hoewel beide Engelse literatuur studeerden aan de Universiteit van Oxford, leerden ze elkaar pas kennen toen zij allebei werkten voor de New Statesman en trouwden in 1990. Samen kregen ze nog 2 kinderen. Gerrard had al 2 kinderen uit haar eerdere huwelijk.

Dinsdag is voorbij is de tweede uit een reeks van acht delen en het vervolg op Blauwe maandag. De Frieda Klein-serie volgen op elkaar maar zijn ook uitstekend afzonderlijk te lezen en bestaat uit 8 delen waarvan de hierna volgende titels:

  • Blauwe maandag
  • Dinsdag is voorbij
  • Wachten op woensdag
  • Donderdagskinderen
  • Denken aan vrijdag
  • Als het zaterdag wordt
  • Zondagochtend breekt aan
  • De dag van de doden

Andere boeken van Nicci French zijn Bezeten van mij, Tot het voorbij is, Wat te doen als iemand sterft en nog vele anderen. Samen met auteur Camilla Läckberg schreven ze De vrienden van Matty & andere spannende verhalen.

http://www.niccifrench.nl/boeken/frieda-klein/

© JJMB Tops

De Voyeur, Aloka Liefrink

IMG_3841

*️⃣*️⃣*️⃣⏺⏺

Hoofdpersoon is Lisa, een jonge vrouw van rond de 27 jaar, beginnend schrijfster, die er op een tamelijk smakeloze manier achter moet komen dat haar vriend haar al geruime tijd bedriegt met een goedkoop uitziende prostituee uit het voormalig Oostblok. Wanneer Lisa vrij snel daarna haar oude vlam, Richard, tegen het lijf loopt, biedt hij haar goedkoop woonruimte aan. Lisa, heen en weer geslingerd tussen haar nog steeds aanwezige gevoelens voor haar oude vriend Sander en de opnieuw ontluikende verliefdheid op de spannende en sensuele Richard, grijpt deze kans aan om haar zelfstandigheid terug te vinden en te leren doorgronden hoe zij zelf in elkaar steekt. Ze betrekt de door Richard tot appartement omgebouwde zolderruimte. Hoewel Sander haar niet los kan laten, wordt ze daarentegen steeds vaker aangetrokken door Richard. De sensualiteit die ze bij Sander ontbeerde, komt bij Richard tot bloei. Richard begint echter steeds vaker nare trekjes te vertonen…

In dit beklemmend boek neemt de auteur je niet alleen mee in het hoofd van de hoofdpersonage Lisa, maar tegelijk ook in die van de belangrijkste personen om haar heen waardoor je een inkijkje krijgt in de herkenbare persoonlijke problemen binnen de verschillende relaties en hoe zij op elkaar reageren. Liefrink beschrijft op broeierige wijze hoe krankzinnig een psychopaat denkt en handelt. De erotiek tussen Lisa en Richard is prikkelend zonder goedkoop te worden. Het laat zien hoe kwetsbaar vrouwen kunnen zijn als ze de alarmsignalen van hun intuïtie, onder invloed van een hevige verliefdheid na een eerder gebroken hart, naïef blijven negeren.

De Voyeur is een benauwend knap geschreven psychologische thriller, hoewel bepaalde delen in het midden van het verhaal het zeker verdienen om nog beter te worden uitgediept. Het verhaal blijft hier en daar wat hangen waardoor je geneigd bent om sommige bladzijden te gaan overslaan. Af en toe wekt het verhaal de indruk dat de schrijfster bepaalde verhaallijnen op het laatste moment nog heeft veranderd en het soms niet goed meer leek aan te sluiten op wat ze eerder schreef. Hierdoor krijgt de spanningsboog niet helemaal het niveau dat er zeker nog in had kunnen zitten.

De eerste druk van De Voyeur dateert van 2016 en is uitgegeven door Uitgeverij Houtekiet te Antwerpen. De tweede druk kwam één maand na publicatie in september 2016.

Andere boeken van haar zijn:
‘Fotomodel gezocht’ (2011)
‘De passiecoach’ (2012)
‘Avondmasker’ (2013)
‘Onderhuids’ (2014) samen met auteur Luc Deflo

Aloka Liefrink (1979) is een Vlaams-Nederlandse schrijfster van Indiase origine die in 2010 haar debuut had met haar roman Verweesd, een autobiografisch verhaal met een fictief tintje over haar adoptie toen zij negen maanden oud was en de problemen die zij had in haar jeugd. Hierna richtte zij zich op het psychologische thrillergenre. Liefrink kreeg het schrijven al met de paplepel ingegoten door haar adoptievader die hoofdredacteur was bij de Standaard Uitgeverij en jeugdboeken schreef. Als tiener deed zij al regelmatig mee aan diverse schrijfwedstrijden en viel daarmee regelmatig in de prijzen. Liefrink is afgestudeerd in Public Relations en heeft ook een studie tot life coach afgerond waarmee zij, na een succesvolle praktijk in Vlaanderen, nu ook een doorstart wil maken in Nederland.

Op haar website http://www.alokaliefrink.com houdt zij een blog bij waarin zij regelmatig schrijft over alledaagse gebeurtenissen uit haar leven.

© JJMB Tops

Hoofdzaak, Mariska Overman

IMG_3840

*️⃣*️⃣*️⃣⏺⏺

Als politierechercheur David Dieudonné na het nemen van een douche weer beneden komt, doet hij een lugubere ontdekking. Op zijn keukentafel kijkt een vlijmscherp afgesneden hoofd met verwonderde blik zijn keuken in. Vanaf dat moment staat zijn leven ondersteboven. Hij roept de hulp in van zijn halfzus Isabel die een paar jaar terug ook bij de recherche werkte maar door een schokkende zaak waar zij aan werkte, gestopt is bij de politie en koos voor de rust die het werk als postmortaal medewerkster haar geeft. Sinds de laatste twee jaar verzorgt zij overleden personen. Hoewel zij sterk twijfelt of ze haar medewerking aan het onderzoek wel moet geven, laat ze zich toch overhalen. Van wie is het hoofd en wat is er mee gebeurd? En waarom is het bij David op de keukentafel terechtgekomen? Het zijn deze twee vragen die er voor zorgen dat de lezer het boek uit wil lezen. De start van het verhaal wekt meteen nieuwsgierigheid, in tegenstelling tot hetgeen regelmatig voorkomt in andere boeken, waarin juist een langdradige start de lezer dwingt om vol te houden en verder te lezen om in het verhaal te komen. Bij Hoofdzaak lijkt dit andersom te zijn. Het gedeelte na de intrigerende start wordt al snel wat langdradig. Dit maakt de prachtige “startbom” van het begin van het boek onmisbaar, omdat je, ondanks dat het verhaal wat blijft hangen, toch razend benieuwd bent naar de rest van het verhaal. De beschrijvingen van allerlei bijzaken duren te lang voordat het verhaal weer verder loopt.

De personages worden helder en verschillend weergegeven, evenals de chaos die ontstaat na de vondst van het hoofd, al doet de gang van zaken in de opstart van het onderzoek soms te Amerikaans aan. Ook het gegeven dat David deel uitmaakt van het TGO (Team Grootschalig Onderzoek) haalt de geloofwaardigheid van het verhaal enigszins naar beneden, hij is immers persoonlijk betrokken bij de vondst en zou daarmee een verdachte kunnen zijn. Het is voor de lezer een te belangrijk detail om te verwaarlozen. Een persoon als Lennette, de halfzus van David en de volle zus van Isabel is er wel een die onder je nagels gaat zitten. De hoofdpersoon Isabel wordt echter zodanig als perfect persoon neergezet en op een voetstuk geplaatst dat zij haast onmenselijk wordt en daardoor toch wat ongeloofwaardig wordt. Het slot is erg sterk, het blijft tot het einde onduidelijk wie er achter deze misdaad zit. Dat maakt het verhaal wel meer dan voldoende thriller voor lezers die niet teveel na willen hoeven denken of terug willen moeten lezen.

Mariska Overman (1970) debuteerde met dit boek in april 2017 en is momenteel bezig aan haar tweede boek waarin het hoofdpersonage Isabel weer terugkeert. Overmars heeft een HBO-studie theologie gedaan en lesgegeven in levensbeschouwing, filosofie en ethiek. Samen met haar echtgenoot heeft ze een bureau dat gespecialiseerd is in levenseinde, Bureau MORBidee. Dit thema komt ook duidelijk terug in haar debuut.

Hoofdzaak is uitgegeven door Uitgeverij The Crime Company. Ook haar tweede boek wordt door deze uitgeverij uitgegeven.

© JJMB Tops