Gesloten motieven…

IMG_3659

“Wat doe jij nou?”, vraagt ze terwijl ze onzeker een stap naar de uitgang doet en langs hem heen probeert te kijken. “Draai je nou de deur op slot?”

Hij blokkeert met zijn lichaam de smalle doorgang tussen haar en de deur van de caravan terwijl hij zich naar haar toe draait. “Ik draai niets op slot, kijk maar”. Hij draait opzichtig de metalen knip aan de bovenkant van de deur een paar keer van de deurpost af en weer terug erop.

“Je weet best dat ik het niet heb over die knip. Ik heb het over het slot in die klink.”

“Oh die, nee joh, die heb ik niet op slot gedraaid. Je weet toch dat ik de deur alleen met die knip afgesloten wil hebben? Als er brand uitbreekt, moeten we er uit kunnen. Kom eens hier, ik heb je gemist, lastpak dat je bent.” Hij buigt naar voren en trekt haar naar zich toe. “Vertrouw je me soms niet?” Zijn woorden klinken zacht. Plagerig trekt hij zachtjes aan een rode pluk haar dat uit de knot op haar hoofd is losgeraakt en op haar schouder rust. “Weet je, rooie, jij mag van geluk spreken dat ik zo vergevingsgezind ben.”

Ze reageert er niet op. Meteen maakt ze zich weer los uit zijn greep en doet een stap naar achteren terwijl ze haar blik op het slot gericht probeert te houden. Er steekt geen sleutel in.

“Maar ik zag je de sleutel toch omdraaien? Waar heb je hem gelaten? Die kan er toch gewoon op blijven zitten?” Het wantrouwige onderbuikgevoel is weer terug om opnieuw de strijd aan te gaan met haar nuchterheid. Over het algemeen genomen is ze behoorlijk rationeel ingesteld. Feiten en omstandigheden, de twee belangrijke pijlers in het politiewerk, ze sluiten naadloos aan op haar karakter. Daarnaast wandelt haar weerzin mee tegen het gemak waarmee de mens vaak blindelings de massa volgt en zijn individuele principes en waarden domweg overboord gooit wanneer hij ziet dat de meute achter iemand aanhobbelt met een grotere bek. Of als hij er toevallig die keer zijn voordeel uit kan halen.

“Waarom moet die deur nou ineens op slot?”, houdt ze vol.

“Ik héb die deur niet op slot zitten, dat doe ik nooit. En nou hier komen!” Opnieuw probeert hij haar naar zich toe te trekken.

Maar zo vlug geeft ze zich niet gewonnen. “Maak hem eens open dan?” Ze probeert langs hem af naar de klink te grijpen. Hij houdt haar wat lacherig tegen. “Stop daarmee. Ik vind het niet leuk. Waarom mag ik niet zien dat je hem niet hebt afgesloten?”

“Waarom vertrouw jij mij niet?! Áltijd moet jij moeilijk doen!” Hij kijkt haar ineens weer vol afkeer aan. Het is dezelfde vijandigheid waarmee ze de laatste weken steeds vaker wordt geconfronteerd. Ze zou er inmiddels aan gewend moeten zijn. Toch schrikt ze iedere keer weer van het gemak waarmee hij zijn stem van een innemende klank ineens kan laten ontploffen tot de harde en kwaadaardige intonatie waarmee hij haar dan de meest hatelijke dingen toe slingert. Het lijkt wel of hij daar iedere keer nog een schepje bovenop doet.

Met één pas staat hij voor haar. Ze voelt zijn adem in haar gezicht als hij zijn ijsblauwe ogen priemend in haar blik vast haakt en zijn stem klinkt zacht en beheerst als hij haar toebijt. “Begin jij nou weer met ruzie? Ik probeer iets goed te maken en jij doet weer moeilijk! Wanneer léér jij het nou eens, stomme trut?” Een vage geur van alcohol vermengd met die van knoflook dringt haar neusgaten in. Ze knippert met haar ogen en draait haar gezicht een kwartslag opzij om ongemerkt meer ruimte te creëren in de minuscule afstand tussen zijn gezicht en het hare terwijl ze het gevoel probeert te negeren dat ze ieder moment in haar broek kan plassen.

“Rustig nou maar…”, probeert ze hem te kalmeren. “Ik stel toch alleen maar een gewone vraag? Ik bedoel er verder niets mee. Je weet hoe ik ben met afgesloten ruimtes.” Ze voelt zich ongemakkelijk in de positie waarin ze zich nu bevindt. Ze houdt er sowieso niet van om opgesloten te zitten. In een volle zaal met mensen zoekt ze haar plaats daarom ook altijd zo dicht mogelijk bij de uitgang. En altijd op een stoel die grenst aan een looppad. Ze wil altijd haar uitweg naar buiten hebben.

Ergens klinkt weer dat schimmige stemmetje dat haar van binnenuit iets probeert te zeggen. Dat ongemakkelijke gevoel, die warrige twijfel, die vage associatie met angst waar ze haar vinger maar niet op kan leggen en dat ze om die reden ook altijd weer probeert weg te rationaliseren. Waar komt dat onbestemde gevoel toch steeds vandaan? Waar probeert haar intuïtie haar dan voor te waarschuwen? Waarom zou hij überhaupt iets naars met haar van plan zijn?

“Waar wilde je over praten eigenlijk?”, vraagt ze, en poogt daarmee de aandacht af te leiden van het stroeve contact over de afgesloten deur. Het voelde niet goed als hij zich zo onvoorspelbaar gedroeg. Ze was niet bang aangelegd, maar voor zijn woede uitbarstingen was ze wél huiverig. Ze speelde altijd graag op safe en had de touwtjes strak in handen als het haar eigen leven betrof maar op een of andere manier leek die regie, als ze bij hem was, steeds uit haar handen te glippen. Voordat ze het wist leek ze met hem telkens weer in een ongemakkelijke situatie te zijn verzand of deed ze steeds iets verkeerd in zijn ogen. Niemand wist dat ze hier was op dit late tijdstip. En met de wetenschap dat de camping in deze late tijd van het jaar helemaal uitgestorven was, op een enkele pas gescheiden man na, die hier en daar in een van de chalets op het terrein zijn toevlucht had gezocht, en de wetenschap dat die deur ook nog eens op slot zat, voelde ze zich niet op haar gemak. Eigenlijk had ze gewoon thuis in haar warme bed moeten blijven vanavond maar ze was zo opgelucht geweest toen hij haar vanavond had wakker gebeld, na dagen totale radiostilte.

“Nergens over. Ik miste je gewoon. Ga nou even zitten, troel. Wil je wat drinken?” Hij klopt op de kussens van de banken die als een matras in elkaar gepuzzeld liggen op de neergeklapte tafel en zo tot een bed zijn omgebouwd. Op het bed liggen twee dikke, tot één geheel aan elkaar geritste, winterslaapzakken. Bij de instapopening van de slaapzakken ligt één hoofdkussen in een sloop met een zwart-witte design print.

Uit het boek met de werktitel ‘Tottel’, uitgifte medio 2018. © JJMB Tops

IMG_3660

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s