Terug in de tijd

Zuigen kreng!

IMG_0255

Heeft televisie een slechte invloed op onze kindertjes en hun ontwikkeling? Ik denk dat dit best voor een gedeelte het geval kan zijn, al is het ene kind er wat vatbaarder voor dan het andere. Zoals het ene kind later wél van het paadje afwijkt en het ander niet, onder invloed van allerlei genetische en maatschappelijk factoren.

Het ene kind stelt meteen het spek op zijn kleuterbips ten toon in een overvolle winkel, na het zien van een aflevering van Chin-Chan, het ander houdt zijn hoos keurig op zijn heupjes, maar zit wel ondersteboven in het schap met de chips. Ik denk dat de media zo wie zo menselijk gedrag beïnvloedt, of je nou 5 jaar bent of 40, of het nou om reclame gaat of om Nickelodeon. De mens kopieert nou eenmaal. En het lijkt mij best recommandabel om daar rekening mee te houden, maar om nou je kind geheelonthouder te maken van alles wat maar pedagogisch niet bepaald gewenst is volgens de geldende normen, lijkt mij schromelijk overdreven. Die ukken moeten toch leren wat goed is, en dat kan volgens mij alleen wanneer ze ook met slecht te maken krijgen. Hoe moeten ze nou leren wat goed is, als ze ‘slecht’ alleen maar kennen van ‘horen zeggen’? Goed zouden ze dan lijfelijk mogen ervaren, slecht is iets wat ze uit boekjes moeten leren. Best eng, lijkt mij, want áls dan een keer de pleuris uitbreekt, waar blijf je dan zonder dat laagje eelt op je zieltje? En zeg nu zelf, een weeïg zachte ruggengraat zonder knoesten met eelt en een paar stevige poten geaard in de grond, wie wordt daar nou blij van…

Ik probeerde het altijd, –op hoop van zegen-, gewoon te gebruiken als educatief voorbeeldmateriaal. Grinnikend, giebelend en giechelend samenspannen op de bank; “Kijk, leuk hè, maar héé, zo hoort het dus eigenlijk niet.” En eerlijk is eerlijk, ook al vind ik het gemiddelde KRO kinderprogramma leuker, die jackasses willen ook knalle, schiete en fegte. Want da’s stoer, eh…cool, eh…swag…

Ooit hadden mijn wederhelft en zoon (toen nog schattig 6) pedagogisch verantwoord kwaliteitstijd. Met een volgelopen gemoed van vertedering zat ik naar het plaatje te kijken. Interactie tussen vader en zoon, hoe mooi kan het leven zijn. Met dank aan Playstation XIV.

Tussen de vlammenwerpers, exploderende TNT-bommen en geratel van machinegeweren door, hoorde ik wel steeds een verontrustend agressief klinkende stem na iedere knal roepen: “SUCK ON THIS!”

Suck on this? Met sokken zal het vast niet te maken hebben. En het was ontegenzeggelijk bedoeld als “Hier, pak aan!” Maar de letterlijke vertaling liet niets te wensen over aan mijn verbeelding en ik zag bij het steeds opnieuw horen van de onverbiddelijk haatdragende klanken, een tafereel voor me, geknield en zuigend in bedwang gehouden. Al had ik het gewild, ik was niet meer bij machte om hier nog iets in om te buigen naar een onderwerp ter illustratie van hoe het vooral niet moest. Mijn echtgemaal klaarblijkelijk ook niet, getuige de ‘oe’s’ en ‘shit’s’ die uit zijn strot geperst werden, terwijl hij zich steeds achterover liet vallen op de bank.

Beng! Suck on this! Baf! Suck on this! Dengdengdengdengdeng! Pak aan, sukkel! Piewiewiew! Zuigen, kreng! Dat kleine jongetjes, onder invloed van hun testosteronspiegelschommelingen hun plaats in de pikorde zochten, door zo nu en dan Rambo te kopiëren, kon ik nog enigszins volgen. Maar hoe ging ik mijn kinderen uitleggen dat het niet bepaald gebruikelijk is om mensen letterlijk en figuurlijk neer te halen en het ook niet zo vriendelijk is om hen dit ook nog eens zuigend te laten doen aan Joost mag weten welk voorwerp?

Een paar dagen later was het onheil al daar. Buiten sloop zoon rond in de tuin, met een fictieve mitrailleur, –had hij nou echt geen denkbeeldige geluidsdemper op het ding kunnen schroeven?-, en pafte zonder pardon, bij de minste beweging, zijn al even schimmige vijanden neer. Na iedere knal –BENG– klonk een oerkreet uit de keel van mijn zoon, gevolgd door: “Sokkon-dis!”

Tegen de tijd dat hij een heel peloton geknield en oraal gestraft voor zich had zitten, vond ik het welletjes. Tijd om toch in te grijpen voor een pedagogisch gesprek.
Blijkbaar liep ik in de weg. Onderwijl spichtig achter mij doorkijkend, keek hij me, met zijn felblauwe ogen hevig geïrriteerd aan:

“Mah-ham! Ga nouwes aan de kant, ja! As je niet hul snel veg gaat, dan pak ik mun sokkon-dis en dan schiet ik jou neer!”

IMG_0254

Advertenties

Het juiste perspectief…

Kerstgroet

December, kerst 2017. De maand van nostalgie en overpeinzing. Hoe ouder ik word, hoe sneller de tijd voorbij gaat. Zoals de maand vroeger voelde, zo voelt nu een jaar.

Vaak worden we in de tijd overspoeld door allerlei onbelangrijk geneuzel. Wat eten we vanavond en wie doet de daaruit voortkomende en steeds weer terugkerende verschrikkelijke boodschappen. Je laat je gelaten frotteren door je dorpsbewoners bij het koelvak van de groente en je wurmt je met veel gemopper en ergernis door het steeds slechter rijdende verkeer heen. Griepjes en verkoudheden. En Nederland staat strak bij de eerstvallende tien centimeter sneeuw. CODE ROOD, MENSEN!!

Ook in het afgelopen jaar zijn ons weer een aantal mensen ontvallen.

In januari overlijdt striptekenaar Jan Kruis, de geestelijk vader van Jan Jans en de kinderen, op zijn 83e. Menig heeft genoten van de lotgevallen van het gezin waarin we onszelf allemaal in herkennen.

In februari vinden meer dan honderd mensen in Afghanistan de dood door sneeuwlawines. Die schijnen nogal hard aan te komen blijkbaar. En Nijntje-schrijver Dick Bruna overlijdt op 89-jarige leeftijd.

In maart overlijdt rasactrice Kitty Courbois op 79-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hersenbloeding. Londen wordt getroffen door een aanslag omdat een zieke geest op de Westminster Bridge het nodig vindt om te moeten inrijden op voetgangers. Intelligentie zit niet in je rechterpoot, dat blijkt wel weer.

In april wordt in Stockholm ook een aanslag gepleegd. Een gestolen vrachtwagen rijdt in op winkelend publiek wat het leven kost aan vijf mensen. De Wondere Wereld van Chriet Titulaer houdt op deze aardkluit op, hij werd 73 jaar.

In mei komt acteur John Wijdenbosch samen met zijn vrouw en dochter bij een auto-ongeluk om het leven. De auto waarin zij zaten raakte op de A6 vlakbij Lelystad van een talud en kwam in het water terecht. Hoeveel pech kun je hebben. Robert Miles overlijdt op 47-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker en James Bond-acteur Roger Moore overlijdt op 89-jarige leeftijd. Ook hij leed aan kanker.

In juni raken scholieren en docenten van een middelbare school uit Geldrop gewond bij een busongeluk in Frankrijk. Ze waren op weg voor een ééndaagse trip naar Londen. Gelukkig geen doden, maar je voelt je niet heel erg jofel als je daarna je kind in een gammele bus met een al even gammele pensionada-chauffeur mee moet geven naar Luik. Wie dit soort uitjes toch steeds weer verzint, heeft geen kinderen, het kan niet anders. Nederland wordt opgeschrikt door de vermissing van Savannah en Romy. Beide jonge meisjes zullen tot afschuw van iedereen niet meer levend terugkeren. Sandra Reemer overlijdt op 66-jarige leeftijd aan de gevolgen van borstkanker.

In juli overlijdt de zesjarige hartenbreker Tijn, die bekend werd door zijn hartverwarmende nagellakactie tijdens de Serious Request van 3FM 2016, aan de gevolgen van hersenstamkanker. Goed nieuws is dan weer dat, nadat een gletsjer is gesmolten, het Zwitserse echtpaar Marcelin en Francine Dumoulin terug wordt gevonden, nadat ze 75 jaar vermist zijn geweest. Ik persoonlijk had liever Tijn behouden maar, oké, ik ben blij voor de familie Dumoulin.

In augustus wordt het lichaam van Joey Hoffmann gevonden. Hij werd sinds 8 juli 2017 in Turkije vermist. Het schijnt een ongelukje te zijn geweest. Daar is echter niet iedereen van overtuigd.

In september overlijdt Hugh Hefner, polyamoureuze slet en oprichter van Playboy, op 91-jarige leeftijd. Dick Passchier overlijdt op 84-jarige leeftijd. Onze jonge garde zal hem niet kennen maar hij zorgde voor veel van ons in de jaren 70 van de vorige eeuw voor veel televisieplezier op de zaterdagavond met Stedenspel, Spel zonder grenzen, Tweekamp en Zeskamp. 29 mensen raken lichtgewond bij een mislukte bomaanslag door een al even mislukte sukkel op de metro van Londen.

In oktober wordt tot grote afschuw van ons allen het levenloze lichaam teruggevonden van Anne Faber, een prachtig jonge meid van 25 jaar die sinds september werd vermist. Het zal je lieve eigen meiske maar zijn. De klootzak die dit op zijn geweten heeft en wiens naam het verspillen van je asem niet waard is om ooit nog uit te spreken, mag wat mij betreft algeheel gangreen krijgen, te beginnen bij zijn kruis. Het zal het gezwel maar zijn dat je hebt gebaard.

In november overlijdt Politicus Eberhard van der Laan op 62-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Hij krijgt een staande ovatie door inwoners van Amsterdam. Ik vond het een stiekemerd, maar over de doden niks dan goeds dan maar. Vakantieman Frits Bom overlijdt op 73-jarige leeftijd en Hans Kraay sr. overlijdt op 81-jarige leeftijd.

In december spoelt op het Zeeuwse strand bij Domburg een potvis aan. Maar liefst 13,5 meter lengte. Het gewicht is niet meer te meten. De potvis is dood. We dopen noemen haar Cecile-Francisca.

Wie dit dus leest: YOU ARE ALIVE AND KICKING!

Count your blessings, be grateful en koester je vriendschappen en je gezondheid. Pluk de dag en haal eens wat vaker je schouders op. Ik drink met kerst een pint op jullie allemaal!

Voor een ieder een geweldig en warme kerst. En vooral een prachtig 2018 vol liefde en gezondheid.

kerstlol-067

Simon en Cecile…

IMG_0020

Mijn addergebroed heeft allebei zo’n Furbiebeest. U kent hem wel, zo’n harig speelgoedbeest dat praat, op verzoek een dansje doet en op zijn tijd een stuitend nutte mop vertelt of u zelfs deelgenoot maakt van zijn duister plan om een veenbessenwildpaté te maken van zijn buurvrouw. Zeer ongewenst want terwijl hij het u uit de doeken doet, draaien zijn oogjes verraderlijk naar binnen, en maakt hij u, zonder dat u het weet, medeplichtig. Op woensdag.

Hoe meer er met hem geconverseerd wordt, hoe uitgebreider zijn vocabulaire. Hij schijnt op den duur zelfs de streken van zijn eigenaar over te nemen. Ik geloof het onmiddellijk want wanneer ik met mijn allerliefste kopstem aan die van mijn zoon vraag of hij alsjeblieft een liedje voor me wil zingen, blijft het een hele tijd stil. Juist op het moment dat ik zijn batterij wil gaan vervangen, komt er beweging in. Hij gaat een keer verzitten, knijpt zijn ooglidjes weer toe, kijkt me sluw aan en zegt…..: “NEEN.” Klaarblijkelijk heeft hij feilloos aangevoeld dat mijn zoon een nogal ferm grenzenbeleid hanteert.

Nou wil het gebeuren dat wanneer je die harige apparaten tegenover elkaar plaatst, ze tegen elkáar aan gaan staan te leuteren. Zo werd ik ongewild getuige van een conversatie tussen beiden. De stukken mechaniek, laten we ze gemakshalve Simon en Cécile noemen, kwamen tot een goed gesprek toen ze elkander toevallig tegenkwamen op de salontafel in de living…

Simon: “Wat zit je dom te kijken?”
Cécile: “Ja en?!”
Simon: “Heb je niks beters te doen?”
Cécile: “Neen.”

Stilte…

Simon: “Je mag trouwens wel eens naar de kapper.”
Cécile: (Strijkt onzeker over haar vacht) “Hoezo?”
Simon: “Nou, da’s duidelijk, je ziet er niet uit.”
Cécile: “Ik vond het anders best aardig zitten. Het heeft me uren gekost om de waterrollers op te warmen door er op te gaan zitten.”
Simon: “Oh, vind jij dat?
Cécile: “Ja, dat vind ik.”
Simon: “Mij best.”

Stilte…

Simon: “En toch zie je er niet uit.”
Cécile: “Tsssss, heb je je zelf al eens in de spiegel bekeken?”
Simon: “Kijk, meteen projecteren. Kun je niet tegen een portie opbouwende kritiek?”
Cécile: ” Noem je dat opbouwend?”
Simon: “Jee, wat ben jij lichtgeraakt zeg! Moet je soms ongesteld worden?”
Cécile: “Ik had het eigenlijk al moeten zijn…”

Stilte…

Cécile: “Ik moet het haar op je rug nog harsen deze week.”
Simon: “Je moet ook mijn voeten nog pedicuren. Ik loop onderhand scheef van die eksteroog tussen mijn middel- en ringteen.”
Cécile: “Ja, die kan ik meteen wel even meepakken.”

Stilte…

Cécile: “Je raadt trouwens nooit wie ik tegenkwam, afgelopen week bij de Jumbo!”
Simon: “Tonnie Broekman?”
Cécile: “Hoe weet jij dat?”
Simon: “Heb je al verteld.”
Cécile: “Oh.”

Stilte…

Simon: “Wil je koffie?”
Cécile: “Ja, lekker!”
Simon: “Als je dan toch gaat, neem voor mij dan ook een bakkie mee?”

Stilte…

Cécile: “Wat heb ik ooit in zo’n hork als jou gezien?! Ik moet wel heel erg droog hebben gestaan toen je met mij destijds stiekem naast het potje pieste.”
Simon: “Nou moet je ophouden!”
Cécile: “Ik ophouden? En hoe zit het dan met jouw zelfkritisch vermogen?”
Simon: “Zo zit ik nou eenmaal niet in elkaar, je weet wel, van Mars en van Venus.”
Cécile: “En dat ik je gisteravond met een handdoekje onder je piemelt heb getrapeerd, is zeker ook iets van Mars?”
Simon: “Dat zal ik wel moeten als jij je echtelijke plichten niet nakomt.”
Cécile: “Oh, meneer heeft klachten?”
Simon: “Nou, 9 keer per week is wat weinig, ja.”
Cécile: “Man, zwets toch niet! Mijn binnenvoering hangt ervan naar buiten en dat zijn niet alleen de vetcellen in mijn kont. Jij hebt gewoon een seksverslaving!”
Simon: “Ach, het beestje kan maar een naam hebben?”

Stilte…

Cécile: “Af en toe vraag ik me af of we niet beter uit elkaar kunnen gaan…”
Simon: “Als jij je nou maar eerst eens iets beter met het huishouden bezig hield, een paar kilo afviel, iets fatsoenlijks op tafel zette en me seksueel een beetje spannend tegemoet kwam, was er geen enkel vuiltje aan de lucht. Tenzij je met je dikke reet weer eens voor

mijn zon staat, natuurlijk.”

 IMG_0026

Stilte…

Cécile: “Wist jij trouwens dat vrouwen ook klaar kunnen komen?”
Simon: “Vuile slet!”
Cécile: “Nee echt, vrouwen schijnen een kieletorus te hebben, en dat moet ergens zitten tussen de binnenste flappen van eh…dat daar beneden.”
Simon: “En nou ga je me zeker ook vertellen waar je G-spot zit en dat vrouwen ook spuitend klaar kunnen komen?”
IMG_0025

Cécile: “Huh? Waar heb jij het nou ineens over?”
Simon: “Oh niks. Een man leest wel eens wat op internet.”

Stilte…

Simon: “Oe, dat windt me eigenlijk best op. Ik word opeens superhitsig! Zullen we effe?”
Cécile: “Nou, vooruit dan maar met de geit. Als ik die stoel tenminste van mijn kont af krijg.”
Simon: “Doe je dan een keer van die vieze dingen zeggen? Je weet wel, zo van ‘Laat me in je vieze badwater zitten. Laat me op je vuile sokken kauwen.’?
Cécile: “Hou jij ze dan aan tijdens de daad?”

En toen waren de batterijen op. Da’s nou sneu…….

(De naam Tonnie Broekman is trouwens een fictieve naam.) © JJMB Tops

IMG_0022

 

Aan táfellllllll…

KleurenHet is 2008 en het is etenstijd. Gewoon aan tafel met het gezin, zoals dat schijnt te horen.

“Hoe was het op school vandaag?”, vraag ik. “Goed”, is het antwoord tweestemmig, kort en bondig. “En wat hebben jullie allemaal gedaan zoal?” Ik geef me natuurlijk niet zomaar gewonnen. Doorvragen is immers het motto. En vooral open vragen stellen. Krijg je veel meer informatie los. “Gerekend en op de computer”, somt het vrouwelijk addergebroed. “Ge-kleid. Met hele harde klei, soow fan soow en soow…”, vertelt de jongensversie en hij maakt voor de beeldvorming moeizaam knedende bewegingen met zijn knuistjes, die gepaard gaan met allerlei woest klinkend inspanningsgekreun, terwijl hij met zijn tong ondertussen een naar beneden druipende nummer 11 uit zijn neus probeert op te vangen.

En dat was het dan weer. “Meer niet?”, poog ik nog wat meer nieuws van de dag te ontlokken. Ik moet, als ontaarde voltijds werkende moeder toch enigszins tegenwicht bieden aan het alles in mij weg fresende schuldmonster dat ergens verscholen zit in mij en zich tegoed doet aan mijn verdorven ziel. Meer niet dus. “Ik sie, ik sie, wat jij niet siet en duh kluhhhr iiiiiz……oeranje!”, lispelt het mannetje tussen zijn fietsenrek en boerenkoolstamppot door. “Mama’s trui!”, roept het meiske. “Neej”, schudt een voor de romp nog veel te groot kleuterhoofd triomfantelijk van links naar rechts en weer retour. “Het jurkje van het meisje op de kaart?”, doet papa een poging. “Neej, neej, neej”, zingt de knul, zijn snoet nog steeds op de ‘ik weet lekker iets en jullie raten het noowjt’-modus. “De mandarijntjes op de fruitschaal”, doe ik mijn duit in het (vast een oranje) zakje. Ter plekke verzint de hummel dat het ineens inderdaad de mandarijntjes waren. Want mama is lief! Se is wel hontert keer het heelal lief!

Nu is zijn zus aan de beurt. Natuurlijk ontstaat er weer een heftige discussie want haar broertje heeft a la minute de spelregels veranderd. We gaan immers tegen de klok in dus mama is aan de beurt en hij gebaart met zijn armpje in een wijde bocht naar links. Zo dus! “Ja”, dient zijn zus hem snibbig van rebliek, “Dan ben ík toch, want mama zit naast jóu en jij weer tegenover mij?”, en daar heeft de mini-meneer niets meer tegenin te brengen.
“Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en de kleur iiiiiiis…………rood!” Tomaten, potje nagellak van mama op de koelkast, schroevendraaier van papa op de buffetkast, de voorkant van de schoolrugzak van Tom… We komen er maar niet achter. “Zal ik het dan maar zeggen?”, vraagt Tess terwijl ze haar ogen ten hemel opslaat over zoveel stupide binnen één gezin, haar persoon buiten beschouwing gelaten. “Papa, als hij boos is!”, en met net zoveel gevoel voor humor en dramatiek als domheid, liggen we alle vier gevouwen over de tafel van het lachen om de gevatheid van het grietje.

“Ik wil, ik wil, ik wil”, kakelt Tom. “Ik sie, ik sie, wat jij niet siet….”, en hij kijkt spiedend om zich heen. Plots zie ik dat zijn oog valt op de groene klok die boven aan de muur hangt. “En duh kluhhhr iiiiiz……chroen!” Het spel gaat dit keer blijkbaar ineens weer met de klok mee, want mama mag as irste raten. Het groen in de afbeelding op de puzzle op de vloer, –die ik voor het gemak maar even jok omdat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen zijn voorwerp nu al te raden-, is het alvast niet. Net zoals die ene overgebleven groene sok, –waar de andere is gebleven mag Joost weten, u kent het euvel-, de groene plastic opbergkist van een Zweeds bekend woonaccessoiresconcern, een groene plastic drinkbeker van datzelfde concern en het groene rietje in de roze versie. Dan valt mijn oog op de planten op de grond in de kamer. Papa roept: “De klok!” Even aarzelt mijn grote kleine man, maar dan ontkent hij in alle toonaarden.

“Ja! Ik weet het!”, roep ik dan quasi-enthousiast. “Die plant!”, en ik wijs naar een van de twee naast elkaar staande identieke ficussen voor de openslaande tuindeuren. De linkse, die móet het wel zijn, als de klok, –die het eigenlijk was-, het plotseling niet meer is en de rest van de huisraad al is geëlimineerd. “Neeeeejjjj”, schatert hij, “tie antere plant, tie is het!”
Tess is inmiddels afgehaakt en hangt ondersteboven op de bank voor de televisie. Dus de beurt is logischerwijs opnieuw aan Tom. Raten wat papa of mama aan kleurig voorwerp siet wat hij niet siet, is aan zijn kleutergeduld nog niet besteed. De situatie herhaalt zich. “Ik sie, ik sie, wat jij niet siet en duh kluhhhr iiiiiz……geew!” En opnieuw vliegen, dit keer alle gele, objecten door het luchtruim. Schuifelend en gniffelend zit hij op zijn stoel, af en toe nog een prak boerenkool fijnmalend tussen zijn melktandjes. “Sallik ut segge?”, lispelt hij met volle mond. “Ja, voor de draad ermee, wij geven het op.”

Even twijfelt hij en wat onzeker kijkt hij mij van opzij aan. “Mama…”, fluistert hij dan zachtjes in mijn oor. “Wat was de kleur ook alweer?” © JJMB TopsAan tafel

De Keel, het Oog en de Gek…

Mijn zoon is weer eens ziek. Dit keer een eenvoudige keelontsteking. Omdat zijn hartje daar meteen weer vervelend op reageert, blijft ie nog lekker even thuis bij zijn moedertje. En moedertjes zijn er natuurlijk voor om schandálig misbruik van te maken. Dus vraagt hij met onvervalste imitatie van een dikke keel: “Mam, mag ik een boterham?”
De Gek, met dezelfde onvervalste zielige imitatie van haar zoon, doet net of ze gek is: “Natúúrlijk mag jij een boterham, pak maar gauw eentje.”

De Keel wil natuurlijk dat de Gek dat maakt. Dat kan zij vééél lekkerderder en de gebruikelijke discussie, -Ik voel het vorsende oog van zijn onmisbaar maar hardwerkend vaderfiguur al weer in mijn schouder prikken-, krijgt nu gestalte.
“Ahhhh, doe jij? Jij kan dat vééél lekkerderder.” En het is natuurlijk jammer om onder je warme dekbedje uit te moeten met een spannend Minecraftverhaal op je Ipad. De Gek lijkt onverbiddelijk en het vorsend vaderoog prikt hoopvol verder.
-Gaat het haar dit keer lukken?-

“Nee, dit kan jij best zelf. Daarbij heeft mama hartstikke rugpijn. Jij zou voor mama boterhammetjes moeten smeren in plaats van andersom.”
“Ahhh mam, ahhh mamaaa”, bedelt De Keel.
“Ahhh Tom, ahhh Tommie”, bedelt De Gek.

In een opwelling belooft De Keel de volgende koffieronde een mok koffie te verzorgen maar verschrikt slikt hij het laatste woord van zijn zin in. Gatver, dat was de bedoeling helemaal niet. Maar het is al te laat en dachshund is getuige.

De Keel wint dus weer en De Gek schobbelt naar de keuken.
“En een kopje thee”, klinkt er nog ernstig schor en gorgelend achteraan. “Want jij zegt dat ik veel moet drinken.”
“Nog méér noten op je zang?”, roept De Gek terug. Het Oog kijkt onderwijl misprijzend op mij neer, -ik ben er wéér ingetuind…-

Keel1 “Nee! Pindakaas wil ik erop!” © JJMB Tops

 

Een eigen huis…

Eigenhuis2Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik een handyman ben getrouwd. Niet eentje met van die week-nattige slappe handjes met gemanicuurde nagels, maar met kolenschoppen van jatten, altijd zwart van het smeer waar hij in zit te wroeten. Bepaald een sierduif is hij niet.

Ik ben er blij mee. Regelmatig kom ik ter zake met de beste oplossing, -ik heb niet alleen twee linkse handen, mijn héle lijf heeft volgens mij een afwijking naar links-, ik roep gewoon om Peter-mijn duifje-mijn zieltje-mijn hartje en het euvel wordt terstond gefixed. Deurknoppen worden aangedraaid, vloeren worden gelegd, voor een nieuwe muur hebben wij geen stukadoor nodig en wanneer mijn knappe oranje stoere bolide met pannen aan de kant van de weg staat, weet mijn duifje-mijn zieltje haar, -zo’n pracht exemplaar als het mijne is een ‘zij’-, als het moet, -meestal sta ik gewoon zonder peut-, weer aan de praat te krijgen.

Toen wij een paar winterseizoenen geleden met de moed der wanhoop, vertwijfeld naar het plafond in de garage stonden te kijken, stond Peer zich al te bedenken hoe hij die 18 lekkages door de hevige hoosbuien, de winter door kon loodsen. Heel wat emmertjes regendrop hebben we naar buiten gedragen. Ten tijden van die natte koude een nieuw dak erop, was nog geen optie, het water kwam met bakken uit de hemel. Maar des Peter’s lijfspreuk ‘Als ge het nie mir wit, dan vatte mèr kit en as ge nie wit wèr vur, dan vatte mèr pur’ liet vermoeden dat ook hiervoor vast wel weer een oplossing werd bedacht door mijn inventieve vent. In de vorm van een zeil dat hij strak over het dak spande en zo menig natuurramp trotseerde, tot hij goed en wel de tijd en de middelen had om het dak te kunnen repareren.
Praktisch zijn hele vakantie was hij, -wist U met hoeveel gebruikt en tweedehands materieel U het milieu en de inhoud van uw portemonnee kunt sparen?-, met zijn vader in de weer om het dak te ontdoen van allerlei verweerd en bedorven dakleer en een nieuwe houten raster met isolatieplaten te construeren dat hij daarna samen met een maat, -oud-dakdekker van beroep-, kon voorzien van dakleer. Een hels karwei voor die bikkels, zo in die brandende zon.
Tussen de bedrijven door timmerde hij van afvalhout nog twee volledige bedden in elkaar voor zijn gebroed en lapte hij voor mijn toenbaas ‘en passent’ ook nog even een balie op, stammend uit de tijd dat Jezus nog sandalen droeg in plaats van Geox en de mammoet nog aan het riempje werd uitgelaten. Het ding was een al even instabiel gammele houtwurm als zijn eigenaresse, waarvan zij de kinderachtige illusie koesterde dat het ding zeker nog € 600,- tot € 3000,- waard was, de prijs die ze mijn baas nog in zijn maag wilde splitsen bij het beëindigen van het huurcontract, -keep on dreaming, Florrie-. Peer hielp haar genadeloos uit haar droom: “Zeg maar tegen die interieurbouwer van jóu dat ‘ie hartstikke gek is, want dat ding is nog geen honderd euro waard!”
Voor € 50,- materiaalkosten zag de balie er, door de kolenschoppen van mijn duif, weer spik en span uit. De zwarte putheks was er nog content mee ook.

Eindelijk zat hij dan eens heerlijk onderuit op zijn rug een voetbalwedstrijd te kijken. Ik daarentegen zat met mijn rechterduimnagel tussen een lade in de keuken. Kai-jakka poekoelan! Dat deed vernakes zeer en met innerlijk opborrelende drift over zoveel onrecht dat mij werd aangedaan, -die lade deed dat expres!-, gooide ik nijdig en impulsief de schuif met een klap weer dicht, dat zou hem leren! Een hels kabaal volgde, de afdekplaat kletterde luid protesterend op de grond, het bestek vloog in de rondte en uit het mechanisme erachter keken twee afgebroken schroeven mij beschuldigend aan, -amai amai, ik ken mijn eigen krachten niet, hè-.
Hoofdschuddend schroefde mijn man de plank weer vast tegen het mechanisme terwijl ik met een breed gebit het tafereel schaapachtig “onschuldig” zat te bekijken.

“Het is toch wat, hè duif. Met een eigen huis ben je ook nóóit klaar …” © JJMB Tops

Eigenhuis1

Brainwash

Brainwash1Sinds de jaren steeds meer gaan tellen, is ook bij mij het grote aftakelproces begonnen. Ik heb er niet zo’n moeite mee. Ik zit lekkerder in mijn vel dan ooit en begin eindelijk een beetje te begrijpen hoe het leven in elkaar steekt. De kraaienpootjes aan mijn buitenste ooghoeken steken steeds dieper af in mijn slapper wordende huid, maar deze doen bij anderen goed werk, ik zie graag een getekende kop die, met een rimpel hier en daar, tenminste een verhaal vertelt. Dus met een beetje fantasie en vertrouwen in mijn uiterlijk, zal dat bij mij niet anders zijn. Van het eerste verticale streepje op mijn bovenlip ben ik echter minder gecharmeerd. Ze doen iemand chagrijnig lijken, als ware men té lang, met een té zuinig en afkeurend mummelmondje de wereld in heeft gekeken. Bij mij is het een restverschijnsel van een huizenhoge koortslip, die ooit heel angstaanjagend een lesgevend politie-inspecteur op de politieopleiding de stuipen op het lijf joeg. Het hele lesprogramma worstelde hij door, terwijl hij vanuit zijn rechter-ooghoek angstvallig de dreigende uitbarsting van mijn kolossale bovenlip in de gaten hield; “Hij gaat toch niet ontploffen straks, hè?” Ik troost me dus maar bij die ene geul op mijn upperlip. Ik moet er alleen wel voor zorgen dat het ook bij die ene blijft. En zo nu en dan de lipstick eruit vegen.

“Je hebt een lubberbuikje”, verkondigt mijn dochter, liggend op mijn bed met haar voeten omhoog leunend op de achterste spijlen, genadeloos wanneer ik in mijn blote kont in een wanhopige worsteling verstrengeld ben met mijn bustehouder.
“Ja, dat kan kloppen”, dien ik haar terstond van repliek. “Ik heb namelijk al mijn schoonheid aan jullie gegeven.”

Waar het uiterlijk verval hier en daar nog met een likje of een smeerseltje op te pimpen is, verontrustender is de geestelijke verloedering. Mijn sleutelbos en portemonnee zijn altijd al een bron van tergende jeuk geweest. Menigmaal diste mijn echtgenoot mijn sleutelbos op tussen de kussens van de bank en vond ik mijn portefeuille, na blokkade van alle passen, -u weet vast hoe blijmoedig een mens daar van wordt-, bevroren terug in het vriesvak waar ik hem de week ervoor, samen met het gehakt, kennelijk in had achtergelaten.
Echter de laatste tijd begin ik meer steken te laten vallen. En de mate daarvan keldert niet echt in de proporties die mijn toch al wat simpele geest kunnen bijhouden.
Wanneer twee mensen tegelijk in mijn oren blaten, blokkeren mijn cognitief-auditieve vermogens terstond en schiet ik ter plekke in een licht agressieve parate houding. Ik trek dat dus niet meer. Hele avonden doorhalen in de kroeg is er al langer niet meer bij. Liever zit ik, sereen starend uit het raam met een borduurwerkje, heen en weer wiegend in mijn schommelstoel. Duizend-en-een voorbeelden, mijn concentratie is onverzettelijk tanende. En daar willen we wat aan doen.
Dr. Kawashima weet raad. Via de Nintendo spreekt hij je toe en geeft hij je allerlei opdrachten. Hoe meer je oefent, hoe jonger je wordt. Dr. Shoemacher, pack your backs! Ik, als rasecht rekenwonder-maar-niet-heus, -discalculi, weet u nog, mijn slecht georganiseerd huishouden had een begrijpelijke oorzaak-, wilde graag therapie bij hem. Gezellig knus bij eigen open haard, via het gifgroen apparaat van mijn zoon, zat ik er, aanwijsstokje in de aanvalspositie gereedhoudend, helemaal klaar voor.

Voor Dr. Kawashima was de uiterlijke teloorgang blijkbaar ook toegeslagen, de spuuglelijke man, -Japanners hebben sowieso een hoog horrorgehalte-, knikte mij met zijn dichtgeknepen varkensoogjes regelmatig goedkeurend toe: “Wat een fantastisch resultaat! Ik ben diep onder de indruk!” En dat terwijl ik de opdrachtjes met enige schroom en schaamte regelmatig een aantal malen skipte. Of leek het dingetje te gaan exploderen omdat ik K-I-E-L-E opschreef, wat dan
E-I-K-E-L bleek te zijn. Positief belonen, zal hij hebben gedacht. Al kon het ook een rechtstreeks gevolg zijn van zijn eigen mentale ondergang. Dat laatste leek me aannemelijker omdat hij na menig vraagstukje eindigde met de zin: “Ik heb nog 1 tip om het spel…” Hij hield niet zo van het kruid met de naam ‘Koriander’. Als ik dit woord 2 x achter elkaar zou zeggen in het titelscherm, dan moest hij aan de smaak ervan denken. Het was volgens hem dus maar beter om dit woord niet te zeggen, waarna hij zich omdraaide en langzaam van het scherm verdween. Ik ben eerlijk gezegd wel eens om minder gaan twijfelen aan iemands mentale capaciteiten. En daarbij vraag ik me, bij de regelmatige terugkeer van die grootse tip, nu ernstig af of er wel eens een onverlaat is geweest die het heeft aangedurfd om als een imbeciel het hele kruidenrek uit de keuken in het mechaniek te blèren. Ben dan gerust zo dapper om dat tegen mij op te biechten. Ik wil namelijk dolgraag weten wat er dan gebeurt. En ik beloof U, ik zal het aan niemand doorvertellen.

Ook het spelen van een muzikaal meesterwerk schijnt je prefrontale cortex te beïnvloeden en vooral je geest te stimuleren, waardoor je in een mum van tijd 20 jaar terug gaat in de tijd. Ik wil anders op geen enkel gebied door Dr. Hiroshima–Piemelotta, -Kawashima was het toch?-, gestimuleerd worden!
“Hoe sneller de beweging, hoe beter de prestatie”, is nog een andere tip. Vertel dat mijn man, dokter. Als een wezenloze zit ik ‘Eine kleine nachtmusik’ aan te tippen. Ik had net zo goed die Koriander 2 x in kunnen spreken.

Toen mijn schattige wederhelft laatst na een dag klussen rondom huis en tuin weer binnenkwam, kon ik hem verheugd mededelen dat hij inmiddels een jonge deerne van 33 jaar oud had. Doodmoe, met zijn tong op zijn schoenen en zijn handen zwart van de smeerolie keek hij me met zijn mijn o zo bekende ‘ik doe geïnteresseerd maar houd het kort’-blik niet begrijpend aan. Even was het stil, waarna droog uit zijn keel klonk:

“Mooi! En jij een vent van 85!”

Ach, duifje, het is zoals Dr. Kawanogwat, zegt: “Het lijkt erop dat je de status-quo handhaaft. Dat is niet zo erg, maar blijf oefenen!” © JJMB TopsBrainwash2

De roeping van Godzilla

Godzilla1

Er zijn van die spaarzame dagen, dat poetsen echt mijn hobby lijkt. Als een freesmachine eet ik me een weg door de rommel in mijn huis. Ooit geprobeerd op het ritme van Justin Timberlake? Moet u doen.

Vastbesloten neem ik me ’s avonds voor, wanneer ik in pais en vree op de bank zit tussen de flakkerende brandende kaarsjes, om het vanaf dat moment bij te houden. Vroeger ging dat weken, soms maanden, goed. Maar tegenwoordig is er geen beginnen meer aan. Ik geef het een enkele dag en dan ligt het weer vol met speelgoed, oude kranten, post, waarvan ik me vaak geïrriteerd afvraag waar ze de arrogantie vandaan halen om te denken dat ik zit te wachten op die bult niet-noemenswaardige bagger, maar dat terzijde. Schoenen, schoenen, -ik alleen heb al 7 paar laarzen, excusez moi-, schoenen en nog meer schoenen. En meer van die ongein, zoals de strijk. Alleen voor je huishouden alleen al is, vanaf het moment dat je kinderen krijgt, een vaste personal coach geen overbodige weldaad.
Ik troost me maar met de woorden van mijn moeder: “Beter een slechte huisvrouw dan een slechte moeder, vrouwke”. En “Ach, je wc is tenminste áltijd schoon!” En dat klopt. Vies is het bij mij nooit.

Dacht ik. Tot ik laatst onder het bed van het meiske keek. Wat ik daar zag, overtrof mijn meest afgrijselijke nachtmerrie. Wij blijken namelijk gezegend met de grootste meukverspreider van Nederland. En het is 8 jaar oud. Nou is het dingetje altijd al een vrij ondernemend meiske geweest. Sluit haar op in een lege kamer en ze begint de plinten van de muur te demonteren. Maar bij wat ik hier aanschouwde rezen de haren me te bergen. Een waar stilleven trof ik daar aan; uitgeschraapte schaaltjes (dus dáár zijn ze gebleven!) aangekoekte vanillevla, een halflege rol biscuits, de andere helft in kruimelige brokken ernaast. Sinterklaas in chocovariant onthoofd en wel, de arme ziel. Stank voor dank, letterlijk, want zijn hoofd zat, -krijgt ze het voor elkaar-, in de vloerbedekking getrapt, samen met een tweetal zielig overgebleven uitgedroogde mandarijnenpartjes te midden van de uitgedroogde schillen. Toch knap als je weet dat mijn 115 cm hoge, blonde turf op een bed slaapt dat op poten van hooguit 25 cm staat. De popcorn (jawel, de zoete) zat onder, voor, achter en naast het bed vastgekleefd in het tapijt. Een gescalpeerde Barbie lag genakend in een driedubbele flic flac in haar eigen afgeknipte pruik, haar plastic tenen zowat in haar oren gevouwen (“Kijk mama, ze kan de split!”) Maar ach, waar zou ze zich druk om maken. De bende ligt immers onder haar bed op het kamertje van haar broer, die haar tijdelijk logies verschaft. Haar heel recent eigen opgeknapte en van een mooi fris laminaat vloertje voorziene domeintje blaakt van glans, allesreiniger en verse verflucht op waterbasis. Zij heeft haar zaakjes tenminste op orde. Dat kan van haar broer niet gezegd worden.

Tegenwoordig is ze van de boodschappen op haar slaapkamerdeur. Onder haar naam prijkt een tekst. Een tekst die hoop geeft over wat je achter die deur aan zal treffen (tenzij je de ruimte uiteraard met betreedt, dan kun je beter maken dat je weg komt).

“GEEN SOHOENEN OP DEZEN KAMER AUB ANDERS KRIJG JE KLAPEN.”

Zo! Dat liegt er niet om. Het lijkt afkomstig uit de typsels van iemand die haar domein bewaakt als een ware kuisvrouw.

Tot je de deur opent…​

Ooit wordt ze vuilnisman. Het kan niet anders.

Godzilla2

Blackmail…

Ik zit vet in de penarie. Ik word gechanteerd. Door iemand met de mooiste helblauwe ogen waar je maar in kunt verdrinken, blond stoer kapsel en goed gebouwd. En hij is vijf.

Het ventje zit namelijk weer eens in zijn ‘’s kijken hoe lang het duurt voordat ik ons’moeder over de jank heb’-fase. Iedere ouder herkent deze bilnaadsamenknijpende en bloed onder de nagels uitschrapende ontwikkelingsperiode. In ‘Oei, ik groei’ noemen ze dat een sprongetje. Ik noem het zijn ‘Ik metsel die bloedhond zometeen in en ga rap verhuizen’-fase.
Ik wil wel tussen jullie in slapen maar ik wil niet tussen jullie in slapen maar ik wil wel tussen jullie in slapen. Ooit een krijsende kleuter gehoord als je in het holst van de nacht besluit om een van de twee mogelijkheden uit te voeren? Of allebei, met de moed der wanhoop? Onze buren van 6 huizen verderop wel.
Meneer wil wel een snoepje, maar hij had toch gezegd dat hij een koekje wilde, hij wilde een snoepje, waarom kreeg hij dan een snoepje want hij wilde een koekje. Kunt u het nog volgen? Geef hem dus geen koekje, geen snoepje en vooral niet allebei wel én allebei niet, want de rapen zijn gaar.
Hij heeft kennelijk niet echt zijn ‘target’ voor ogen, het hele snoepje interesseert hem geen hout. Hij lijkt juist te genieten van de weg er naartoe, het gelukzalige gevoel dat hem bekruipt als hij zijn omgeving daadwerkelijk naar zijn hand heeft kunnen zetten. Hij voert de strijd om de strijd zelf, niet om het plakkerige zuurtje of het pakje limonade, dat uiteraard koel had moeten zijn als het niet gekoeld stond en visa versa. Het geeft hem grip op zijn leven, het bouwt aan zijn zelfvertrouwen. Ik begrijp hem maar al te goed. Een gezonde ontwikkeling komt immers tot bloei in een veilige omgeving, met ouders die van je blijven houden, ook al beeldhouw je jouw knuffel in het stucwerk en demonteer je de plinten van de muren.
Ouders, wanhoop niet. Het is gewoon even standvastig blijven triggeren van zijn klassieke conditioneringproces, volgens Kohnstam. Uiteindelijk wordt gemakkelijker.

Tijdelijk, merk ik. Ongerust ontwaar ik enige ontwikkeling in deze ontwikkelingfase. Hij wordt namelijk geraffineerder in zijn weg naar zelfvertrouwen. Daar waar hij eerst heel basaal verzandde in een, zeg maar gerust ‘monocussie’ (we reageren niet eens meer en lopen van hem weg, dat helpt, écht!) grondrondtollende krijsbui en een prachtstaaltje van de hysterische moeder van de beruchte reclame (die moeder die de meeste mensen in onze kennissenkring, wonderbaarlijk genoeg, altijd aan mij doet denken) weggaf, verandert hij nu in een geslepen vos.
We lopen door het plaatselijke winkelcentrum wanneer ik spontaan voor Peter mijn duifje mijn zieltje mijn hartje een fiets besluit te kopen. Hij is binnen ons gezin de enige die nog niet over een fatsoenlijke fiets beschikt en tel daar zijn verjaardag, aankomend vaderdag, het feit dat hij moet revalideren op een fiets én het gegeven dat ik nooit weet wat ik voor zijn verjaardag moet geven en nu dus wel, bij elkaar op, en voilà, een beeldschoon ruig blinkende mountainbike doemt op. Alsof het zo had moeten zijn.
“We gaan papa verrassen”, gniffel ik tegen mijn wurmen. En het meiske gniffelt veelbetekenend met mij mee. “Niet tegen hem zeggen hoor. Het is ons geheimpje”.
Aan het ventje lijkt het gebeuren min of meer voorbij te gaan. Hij heeft meer oog voor de wat kleinere maatjes. Die ik natuurlijk weiger, -hij heeft er immers al eentje en nog wel een mooie zwarte ook-, en waardoor hij bokkig de fietsenzaak uitslentert en het uur daarna bokkig blijft. Hij mag ook nóóit wat.

Wanneer ik even later bij de pinautomaat sta en hij ondertussen kwijlend voor de etalage van Jamin ernaast staat te druppen, komt hij naar me teruggelopen.
“Liefe mamaatje fan mij.”, kweelt hij terwijl hij liefdevol over mijn rug streelt en zijn ogen wijd open trekt. “Maggik fan jauw……”. Ik voel nattigheid. De bloedhond bedoelt vast niet Ketelstraat of Velperplein.
“Zometeen. Eerst gaan we wat centjes in de parkeerautomaat bijgooien. Anders hebben we straks een prent.”
Hij lijkt het in eerste instantie te accepteren. Met zijn prachtblauwe kijkers kijkt hij me stralend aan en lispelt poeslief: “Als ik fan jauw geen snoepjes mag uitsoekun, fertel ik ons geheimpje aan papa.”

“Als jij ons geheimpje aan papa durft door te fertellen, krijg jij vliegles.”

Hoe moet je in hemelsnaam je kinderen goed leren opvoeden, als je je bloedeigen kroost niet eens kunt vertrouwen!
Ach, in ieder geval heeft Peer er nu de voorpret van. Ik heb hem voorzichtigheidshalve toch maar even ingelicht. Ik laat me toch zeker niet chanteren? Een bloedhond is het! Ik zéi het toch?

Blackmail