Stalker, Lars Kepler

Stalker

*️⃣*️⃣*️⃣*️⃣⏺

Op het politiebureau van het Zweedse Korps Landelijke Politiediensten komt een YouTube-filmpje binnen. Op het filmpje wordt een vrouw gefilmd, beloerd van buitenaf, terwijl ze een panty aantrekt. Eigenlijk gebeurt er niet zoveel bijzonders op het filmpje. Domweg een kort moment uit het leven van een gewone vrouw. Een week later wordt de vrouw dood aangetroffen in haar huis, hetzelfde huis als waar ze is gefilmd. Haar gezicht is aan flarden gehakt en haar hand lijkt met een specifieke reden in en bepaalde positie gemanoeuvreerd. Het lijkt er sterk op dat de vrouw is vermoord, vlak na het moment waarop de politie het filmpje ontving. Dan ontvangt de politie een tweede filmpje, van een andere vrouw, in haar huis…

Stalker is het vijfde boek in de Joona Linna serie van Lars Kepler. Wat mij betreft een ijzersterk en bloedstollend verhaal. Vanaf de eerste bladzijde weet de auteur de spanning op te bouwen. De personages zijn prachtig beschreven in hun eigen karakter en bieden meer dan voldoende tegenwicht om het verhaal aan elkaar te rijgen maar het toch boeiend te houden.

De -vele, het zijn er maar liefst 139, exclusief het epiloog- hoofdstukken zijn kort en steeds vanuit een ander personage beschreven. Elk karakter krijgt steeds een paar hoofdstukken de ruimte, waarin de, -soms erg penibele-, situaties van het personage worden beschreven vanuit de auctoriale, alleswetende verteller, die zelfs beschrijft wat er door de slachtoffers heengaat, als ze worden aangevallen. Hierdoor blijf je als lezer op het puntje van je stoel zitten. De spanning wordt steeds verder opgebouwd, van slachtoffer, naar bijna slachtoffer-en dan toch slachtoffer, tot overlever.

Hoewel het een bloedstollend verhaal is, schroomt Kepler niet om ook humor te verwerken in de karakters van bepaalde personages, die daardoor dichter bij jou als lezer komen te staan.

Ook werkt Kepler met mooie tegenstellingen. Je zou immers een zachtmoedig persoon verwachten bij een hoogzwangere commissaris Margot, die je, ondanks de baby in haar buik en de vrouwelijke blonde vlecht op haar rug, in eerste instantie leert kennen als een vrouw die zich door haar zwangerschap log vooruit beweegt achter haar dikke buik aan, bijzonder eigengereid steeds haar zin wil doordrijven, zelfs op momenten behoorlijk lomp uit de hoek komt en nu voor drie eet met als excuus omdat het moet nu ze zwanger is, waardoor ze jou als lezer af en toe het bloed onder de nagels uit lijkt te willen krabben. En die je toch uiteindelijk beter leert kennen door de karakterbeschrijvingen tussen de regels door als iemand die wel degelijk begaan is met haar medemens, -ze zet immers haar hakken in het zand en drijft haar zin door voor de veiligheid van potentiele nieuwe slachtoffers en het vele aanraken van haar buik, laat zien dat ze veel om haar ongeboren kindje geeft-. Ook haar humor maakt haar een menselijk en beminnelijk persoon en blijkt uit haar droge commentaar op de vraag die haar collega Adam stelt, terwijl zij zich als enige, midden op de dag, te goed doet aan een hamburger en daarna gemoedereerd doorgaat met frites, komt in onderstaand citaat mooi tot uitdrukking:

“Ik snap niet…Wat zijn dat in Godsnaam voor mensen die zich met orgies in laten?”

“Geen idee, ik heb al zeker tien jaar niet aan groepsseks gedaan.”

Terwijl ze een steeltje frites in de ketchup duwt, zegt ze breed grijnzend dat het een grapje is en ooit in haar loopbaan een inval heeft moeten doen in een swingersclub.

Door het auteurskoppel, -Lars Kepler is een pseudoniem voor het schrijversechtpaar Alexander en Alexandra Ahndoril-, wordt veel gebruik gemaakt van het beschrijven via alle zintuigen. Je ruikt de zinderende sfeer in orgiekamer (“Er hangt een zoete rokerige geur in de donkere kamer” en “In de lipgloss in haar mondhoek zijn restjes wit poeder achtergebleven”) en proeft haast de duistere sfeer die het verhaal ademt. Die scene wordt voortreffelijk en gedetailleerd beschreven, zodat je je zelfs een duidelijk beeld kunt vormen van de Zweedse omgeving, zonder dat je er zelf ooit bent geweest en kun je de ruimtes waarin de personages zich bevinden, ook duidelijk voor je zien. ‘De vergeten kamer’ waarin de orgie zich afspeelt wordt prachtig beschreven; “Aan het begin van de eenentwintigste eeuw is het hotel volledig gerenoveerd. Alle hotelkamers werden gestript en alle interieurs vervangen. Toen de werklui vertrokken waren, bleek dat kamer 247 vergeten was. Dezelfde kamer was sinds de bouw van het hotel in 1974 bij alle renovaties over het hoofd gezien. Hij is nog steeds intact als een kleine capsule van vergeten tijd.”

In de hoofdstukken van het middelste gedeelte van het boek raak ik de draad een beetje kwijt als er teveel wordt blijven gehangen en geschreven over kerken en drugs -gebruikende dominees die niet veel meer aan het verhaal toevoegen. Je krijgt dan af en toe het gevoel dat je iets in het verhaal eerder hebt gemist terwijl dit niet zo is. Wat mij betreft had het middengedeelte wat compacter geschreven kunnen worden, dat had mijns inziens geen afbreuk gedaan aan het plot en het slot. Maar op een bepaald moment wordt het verhaal weer goed opgepikt en is de heldere draad en de spanning in het plot weer terug tot een fenomenaal slot, dat mij volkomen verraste. Tot ver in het verhaal blijf je als lezer in het ongewisse van de identiteit van de dader in de gele regenjas. Dit maakt dat Lars Kepler voor mij op eenzame hoogte in mijn lijst van lievelingsauteurs komt, naast Mo Hayder.

Ondanks dat Stalker het vijfde deel is, is het niet per se noodzakelijk om de eerste delen te hebben gelezen. Bepaalde personages en situaties uit de eerdere delen worden duidelijk genoeg gemaakt in dit deel.

Het schrijversechtpaar Alexander (1967) en Alexandra (1966) Ahndoril debuteerde onder het pseudoniem Lars Kepler met de thriller Hypnose in 2009. De naam van Lars Kepler is een samenvoegsel van de namen van de Zweedse schrijver Stieg Larsson en de Duitse wetenschapper Johannes Kepler. Andere boeken als Getuige en Slaap kregen een nominatie voor de Crimezone Thriller Award. Naast de Joona Linna-serie, begon het echtpaar ook aan een nieuwe trilogie waarvan het eerste deel Playground kreeg en in 2015 werd uitgegeven.

Uitgeverij: Cargo, De Bezige Bij.

© JJMB Tops

Advertenties

Grijs gebied, Marion Pauw

Grijs gebied

*️⃣*️⃣*️⃣⏺⏺

Wanneer Naomi, vanuit haar werk in een cafeetje, naar huis fietst, wordt ze onderweg aangevallen door een onbekende man, die ze even daarvoor op een akelige kille manier naar haar had zien staren, toen ze vertrok. De belager weet haar te overmeesteren door haar vreselijk te mishandelen en sleept haar daarna aan haar haren naar een afgelegen plek om haar te misbruiken.

Als ze een fietser aan hoort komen, probeert ze de aandacht van deze fietser te trekken door onverwacht en met veel moeite een kreet te slaken. Als de dader beseft dat zijn plan is mislukt, drukt hij uit frustratie nog, op een uiterst vernederende wijze, zijn stempel op haar en maakt dan snel dat hij wegkomt. Met de allerlaatste kracht die ze nog bezit, weet Naomi, ernstig gewond, naar haar redder te kruipen, die onmiddellijk de hulpdiensten waarschuwt.

Op datzelfde moment duikt er een oudere man bij hen op die hen beweert, alles te hebben gezien. Wie is deze Albert? Wat is zijn rol in deze afschuwelijke gebeurtenis? En waarom ondernam hij geen enkele actie?

Het verhaal wordt geschreven vanuit de verschillende personages, te beginnen met de razernij van de aanval, beleefd vanuit Naomi. Daarna gaat het verder vanuit het perspectief van Albert, van wie de fakkel weer wordt overgenomen door Menno, de reddende fietser, daarna steeds afwisselend vanuit het oog van de politie en nog een paar andere personages.

Grijs gebied is als geschenkboek geschreven voor de Maand van het Spannende Boek en is daarmee relatief dunner dan een gemiddeld boek, het telt maar 94 bladzijden. Het verhaal begint zo schokkend reëel waarbij de personages zo karakteristiek en herkenbaar beschreven zijn, dat de verwachtingen voor het hele plot hoog gespannen zijn. Deze worden door de teruglopende spanningsboog in de verhaallijn jammer genoeg niet helemaal waargemaakt. Ondanks een opleving in spanning wanneer de dader opnieuw in beeld komt, blijft het geheel, met uitzondering van het begin van het boek, een wat kinderlijke schrijfstijl houden en doet het slot enigszins afgeraffeld en simpel aan. Het verhaal had wat mij betreft veel meer uitgediept kunnen worden.

Al met al is dit boekje uitermate geschikt voor de jonge beginnende boekenlezer spannend en dun genoeg om aangestoken te worden door het leesvirus om zich hierna aan een dikkere pil te durven wagen.

Marion Pauw (1973), van geboorte Australische, kwam naar Nederland toen ze zes jaar oud was. Ze werkte o.a. als freelance journaliste, als columniste voor Flair en als copywriter. In 2005 debuteerde zij met ‘Villa Serena’ maar haar definitieve doorbraak bereikte zij met ‘Daglicht’, een psychologische thriller met ‘autisme’ als thema. Met ‘Daglicht’ won ze De Gouden Strop. Tevens schreef ze het scenario voor de televisieserie ‘In therapie’ die in 2010 op de Nederlandse televisie werd uitgezonden.

Ook schreef zij samen met Susan Smit, (auteur van boeken als ‘Elena’s vlucht’ en ‘Wat er niet meer is’), het boek ‘Hotel Hartzeer’ waarin zij hun eigen ervaringen in hartzeer en liefdesverdriet beschrijven en hierover praten met experts als Roos Vonk , Connie Palmen, e.a.

Haar boeken zijn uitgegeven door uitgeverijen als Ambo|Anthos, Lebouwski en B for Books.

In 2015 kondigde Pauw jammer genoeg aan te stoppen met schrijven.

© JJMB Tops

 

Gesloten motieven…

IMG_3659

“Wat doe jij nou?”, vraagt ze terwijl ze onzeker een stap naar de uitgang doet en langs hem heen probeert te kijken. “Draai je nou de deur op slot?”

Hij blokkeert met zijn lichaam de smalle doorgang tussen haar en de deur van de caravan terwijl hij zich naar haar toe draait. “Ik draai niets op slot, kijk maar”. Hij draait opzichtig de metalen knip aan de bovenkant van de deur een paar keer van de deurpost af en weer terug erop.

“Je weet best dat ik het niet heb over die knip. Ik heb het over het slot in die klink.”

“Oh die, nee joh, die heb ik niet op slot gedraaid. Je weet toch dat ik de deur alleen met die knip afgesloten wil hebben? Als er brand uitbreekt, moeten we er uit kunnen. Kom eens hier, ik heb je gemist, lastpak dat je bent.” Hij buigt naar voren en trekt haar naar zich toe. “Vertrouw je me soms niet?” Zijn woorden klinken zacht. Plagerig trekt hij zachtjes aan een rode pluk haar dat uit de knot op haar hoofd is losgeraakt en op haar schouder rust. “Weet je, rooie, jij mag van geluk spreken dat ik zo vergevingsgezind ben.”

Ze reageert er niet op. Meteen maakt ze zich weer los uit zijn greep en doet een stap naar achteren terwijl ze haar blik op het slot gericht probeert te houden. Er steekt geen sleutel in.

“Maar ik zag je de sleutel toch omdraaien? Waar heb je hem gelaten? Die kan er toch gewoon op blijven zitten?” Het wantrouwige onderbuikgevoel is weer terug om opnieuw de strijd aan te gaan met haar nuchterheid. Over het algemeen genomen is ze behoorlijk rationeel ingesteld. Feiten en omstandigheden, de twee belangrijke pijlers in het politiewerk, ze sluiten naadloos aan op haar karakter. Daarnaast wandelt haar weerzin mee tegen het gemak waarmee de mens vaak blindelings de massa volgt en zijn individuele principes en waarden domweg overboord gooit wanneer hij ziet dat de meute achter iemand aanhobbelt met een grotere bek. Of als hij er toevallig die keer zijn voordeel uit kan halen.

“Waarom moet die deur nou ineens op slot?”, houdt ze vol.

“Ik héb die deur niet op slot zitten, dat doe ik nooit. En nou hier komen!” Opnieuw probeert hij haar naar zich toe te trekken.

Maar zo vlug geeft ze zich niet gewonnen. “Maak hem eens open dan?” Ze probeert langs hem af naar de klink te grijpen. Hij houdt haar wat lacherig tegen. “Stop daarmee. Ik vind het niet leuk. Waarom mag ik niet zien dat je hem niet hebt afgesloten?”

“Waarom vertrouw jij mij niet?! Áltijd moet jij moeilijk doen!” Hij kijkt haar ineens weer vol afkeer aan. Het is dezelfde vijandigheid waarmee ze de laatste weken steeds vaker wordt geconfronteerd. Ze zou er inmiddels aan gewend moeten zijn. Toch schrikt ze iedere keer weer van het gemak waarmee hij zijn stem van een innemende klank ineens kan laten ontploffen tot de harde en kwaadaardige intonatie waarmee hij haar dan de meest hatelijke dingen toe slingert. Het lijkt wel of hij daar iedere keer nog een schepje bovenop doet.

Met één pas staat hij voor haar. Ze voelt zijn adem in haar gezicht als hij zijn ijsblauwe ogen priemend in haar blik vast haakt en zijn stem klinkt zacht en beheerst als hij haar toebijt. “Begin jij nou weer met ruzie? Ik probeer iets goed te maken en jij doet weer moeilijk! Wanneer léér jij het nou eens, stomme trut?” Een vage geur van alcohol vermengd met die van knoflook dringt haar neusgaten in. Ze knippert met haar ogen en draait haar gezicht een kwartslag opzij om ongemerkt meer ruimte te creëren in de minuscule afstand tussen zijn gezicht en het hare terwijl ze het gevoel probeert te negeren dat ze ieder moment in haar broek kan plassen.

“Rustig nou maar…”, probeert ze hem te kalmeren. “Ik stel toch alleen maar een gewone vraag? Ik bedoel er verder niets mee. Je weet hoe ik ben met afgesloten ruimtes.” Ze voelt zich ongemakkelijk in de positie waarin ze zich nu bevindt. Ze houdt er sowieso niet van om opgesloten te zitten. In een volle zaal met mensen zoekt ze haar plaats daarom ook altijd zo dicht mogelijk bij de uitgang. En altijd op een stoel die grenst aan een looppad. Ze wil altijd haar uitweg naar buiten hebben.

Ergens klinkt weer dat schimmige stemmetje dat haar van binnenuit iets probeert te zeggen. Dat ongemakkelijke gevoel, die warrige twijfel, die vage associatie met angst waar ze haar vinger maar niet op kan leggen en dat ze om die reden ook altijd weer probeert weg te rationaliseren. Waar komt dat onbestemde gevoel toch steeds vandaan? Waar probeert haar intuïtie haar dan voor te waarschuwen? Waarom zou hij überhaupt iets naars met haar van plan zijn?

“Waar wilde je over praten eigenlijk?”, vraagt ze, en poogt daarmee de aandacht af te leiden van het stroeve contact over de afgesloten deur. Het voelde niet goed als hij zich zo onvoorspelbaar gedroeg. Ze was niet bang aangelegd, maar voor zijn woede uitbarstingen was ze wél huiverig. Ze speelde altijd graag op safe en had de touwtjes strak in handen als het haar eigen leven betrof maar op een of andere manier leek die regie, als ze bij hem was, steeds uit haar handen te glippen. Voordat ze het wist leek ze met hem telkens weer in een ongemakkelijke situatie te zijn verzand of deed ze steeds iets verkeerd in zijn ogen. Niemand wist dat ze hier was op dit late tijdstip. En met de wetenschap dat de camping in deze late tijd van het jaar helemaal uitgestorven was, op een enkele pas gescheiden man na, die hier en daar in een van de chalets op het terrein zijn toevlucht had gezocht, en de wetenschap dat die deur ook nog eens op slot zat, voelde ze zich niet op haar gemak. Eigenlijk had ze gewoon thuis in haar warme bed moeten blijven vanavond maar ze was zo opgelucht geweest toen hij haar vanavond had wakker gebeld, na dagen totale radiostilte.

“Nergens over. Ik miste je gewoon. Ga nou even zitten, troel. Wil je wat drinken?” Hij klopt op de kussens van de banken die als een matras in elkaar gepuzzeld liggen op de neergeklapte tafel en zo tot een bed zijn omgebouwd. Op het bed liggen twee dikke, tot één geheel aan elkaar geritste, winterslaapzakken. Bij de instapopening van de slaapzakken ligt één hoofdkussen in een sloop met een zwart-witte design print.

Uit het boek met de werktitel ‘Tottel’, uitgifte medio 2018. © JJMB Tops

IMG_3660

Curriculum vitae…

levenspad

Curriculum vitae…

 

Als de kwellende armen van het pad pogen de eenling te verslaan,

maakt hoop de bevoeling,

dat de ziel onbedwingbaar floreert op de hobbels van de kasseiweg,

terwijl het broedsel tot wasdom gerijpt.

 

Gehechte verbondenheid onontbeerlijk ernaast,

vrijmoedige stuw door de vaten naar de kern.

Ontwijken van belemmeringen in het labyrint,

verzachten de weeën van desillusie.

 

Tot bedaardheid de eerste tekenen van de wonde bedekt,

de oneffenheden onder de tand des tijds verslijten,

Wijsheid voedt zich met het slijten,

tot de eenling bezwijkt onder de tijd van verscheiden.

© JJMB Tops

labyrint

De perfecte vrouw, Emma Chapman

IMG_3448

*️⃣*️⃣*️⃣*️⃣⏺

Marta staat al haar gehele huwelijksleven ten dienste van Hector, een zorgzame, ietwat verstikkend liefdevolle echtgenoot die pas op latere leeftijd met haar trouwde. Marta weet zich weinig van haar geschiedenis voor haar huwelijk te herinneren en stopt stiekem met het innemen van haar medicijnen waardoor de lezer al snel doorkrijgt dat er met Marta psychisch van alles aan de hand was. Door het innemen van haar medicatie, onder het wakend oog van Hector, lijkt er structuur en evenwicht in haar bestaan te zijn. Nu hun zoon het huis uit is, begint haar structuur te wankelen. Wanneer ze stiekem stopt met haar medicatie, begint zij schimmen en flarden te zien. Gaandeweg wordt de lezer meegezogen in de twijfel van Marta’s psychische beoordelingsvermogen. Ligt er een psychose op de loer of is er wellicht iets meer aan de hand?

Het verhaal wordt knap geschreven vanuit het wankele oogpunt van Marta waardoor de lezer door haar onevenwichtige beeldvorming de wereld in kijkt. De spanning wordt traag, soms wat saai opgebouwd. Anderzijds geeft dat meteen het proces van het vlakke matte karakter van Marta weer naar steeds meer helderheid, als gevolg van de invloed van het medicijngebruik en het stoppen daarvan en de beklemmende situatie waarin zij verkeert.

Emma Chapman (1985) momenteel woonachtig in het noorden van Yorkshire, groeide op in de buurt van Manchester. Ze studeerde Engelse literatuur aan de univeriteit van Edinburgh, heeft een master in Creatief Schrijven. Na het afronden van haar studie woonde ze in Londen, West Australië en Indonesië. In 2013 debuteerde ze met haar boek ‘De perfecte vrouw’ (‘How to be a good wife’). Haar tweede boek ‘The last Photograph’ kwam uit in 2016. Een Nederlandse versie hiervan is vooralsnog niet verkrijgbaar.

© JJMB Tops

De Schippersnorm…

sigaar

Onze minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ligt weer eens onder vuur. Dit keer omdat ze op het allerlaatste moment besloot om ‘Orkambi’, een geneesmiddel tegen taaislijmziekte niet in het basispakket van de zorgverzekering op te nemen. Dat vond ze te duur. ‘On-be-grij-pe-lijk!’, hoor ik u denken. En ik denk het met u mee.

Taaislijmziekte is afschuwelijk. De astmatische broeders en zusters, –high five-, onder ons kunnen er een ietsjepietsje over meepraten. Omdat die weten hoe het voelt om bij gelegenheid het genot te mogen beleven om je dagelijkse portie zuurstof door een rietje je longen in te mogen zuigen. Voor mensen met taaislijmziekte is dat rietje nog een graadje dunner. En waar de chronische bronchitispatiënt nog een beetje soelaas vindt in een luchtwegverwijder, zal de taaislijmlijder het moeten doen met de pech een pa en moe te hebben getroffen, die allebei een drager bleken van het gen dat deze ziekte veroorzaakt.

Wat is dat dan eigenlijk, taaislijmziekte? Het wordt ook wel ‘Cystic Fibrosis’ oftewel CF genoemd. Gezonde longen voeren allerhande boosaardig bezoek dat je inademt, met slijm af. Dat slijm maakt zich, als dat lekker dun en soepel is, erg nuttig want het vervoert ook stoffen van je alvleesklier naar je dunne darm. Als je CF hebt, is dat slijm zo taai als een uitgekauwde bubbelgum na achtenveertig uur verwoed kauwen. Dat ademt niet alleen niet zo heel erg jofel, ook je afvalstoffen kunnen daardoor niet goed worden afgevoerd en het taaie slijm hoopt zich steeds meer op in je organen, met als gevolg dat je steeds vaker infecties krijgt aan je longen en de afvoergang, zeg maar de chifon, van je alvleesklier en lever steeds verstopt raakt. En daar worden je organen dan weer niet zo blij van. Met als gevolg dat je levensverwachting met CF momenteel zo om en nabij een slordige vijfendertig tot veertig jaar is.

In de loop der jaren zijn er een aantal soorten geneesmiddelen verschenen, de meeste als symptoombestrijder. Orkambi daarentegen is een middel dat de onderliggende oorzaak op zijn sodeju geeft. En daarvan zegt onze minister nu: ‘Neen, neen, ik ga dat niet in het basispakket opnemen. Dat is veel te duur.’

Net zoals u vind ik daar wat van. Of u daar dan weer zo gelukkig van wordt, valt te bezien, maar ik leg het u even uit. Ik kan onze minister namelijk wel begrijpen. Van dit redelijk nieuwe geneesmiddel heeft een groot aantal mensen met CF opvallend veel baat. Bij een ander even zo groot gedeelte patiënten met CF slaat het dan juist weer niet aan. Dat is eigenlijk best wonderlijk, want, ook al bestaan er verschillende soorten fouten in het DNA bij CF, ook bij mensen met dezelfde DNA-fout werkt dit medicijn voor de een wel en de ander weer niet. Da’s raar, hè? Dat schijnt te maken te hebben met verschillen in de bacteriecultuur waar dat slijm zit.

Maar elke patiënt die er baat bij heeft, is er een, zou je denken. En dat klopt. Reden voor opname in het basispakket dus. Maar dan komt die fijne fabrikant om de hoek kijken. Want die zegt: ‘Da kost wel heul duur, Edith, voor die paar patiënten.’

Dus ging Edith om de tafel met de fabrikant. En die hebben weinig individuele patiëntenzorg in het vizier. Die willen, als bedrijf zijnde, gewoon ordinaire WINST, ja toch zeker? En die verrekken het dus om de prijs betaalbaar te maken. Want als die medicijnen door maar een paar patiënten heel goedkoop worden afgenomen, dan maken ze geen winst. En hoe moet het bestuur van de geneesmiddelenfabrikant dan het golfabonnement betalen? Want da kost ook heul duur.

Alle argumenten met het oog op de individuele patiënt van onze minister ten spijt, de geneesmiddelenfabrikant blijft hoog inzetten op het losgeld. En dan is de vraag; Ga je daar als minister in mee en zet je daarmee de deur open voor de morele chantagepraktijken van allerlei ander bestuursgespuis of houd je die stellig buiten de deur? Want eigenlijk is de vergelijking met een ontvoering niet eens zo heel erg vreemd. Bij die onderhandelingen ga je ook zelden of nooit in op het betalen van de losgeldeis omdat je daarmee óók een deur openzet.

De golfbal ligt dus mijns inziens niet bij onze minister maar bij de fabrikant. De fabrikant wilde er natuurlijk niet op reageren in de media, dat was te verwachten. Je zou het bijna jammer gaan vinden dat je van het roken van een dikke Havanna geen taaislijmziekte kunt krijgen.

Het wordt tijd dat onze regering een norm bepaalt voor de kostprijs van álle medicijnen. Dan noemen we hem de Schippersnorm, is dat geen verschrikkelijk goed idee, Edith? –high five!

© JJMB Tops

Sigaar_roken

 

 

 

Het meisje in de trein, door Paula Hawkins

meisje in de trein

*️⃣*️⃣*️⃣*️⃣⏺

Rachel kijkt elke ochtend vanuit de trein, bij het stoppen voor het rode sein, naar de bewoners van een rijtje huizen. Een stel in het bijzonder intrigeert haar en ze fantaseert voor dit stel, dat ze ‘Jason’ en ‘Jess’ noemt, een heel perfect leven bij elkaar en mijmert daarmee over het leven dat ze zelf ooit had. Op een dag ziet ze plots iets gebeuren in de tuin van ‘Jason’ en ‘Jess’. Wanneer Jess enige tijd later van de aardbodem lijkt te zijn verdwenen, stapt Rachel met haar getuigenis naar de politie. Maar in plaats van dat ze het goede heeft gedaan, lijkt dit juist tegen haar te keren en ze raakt hiermee ongewild meer en meer meegetrokken in een gevaarlijke situatie waarin niemand meer te vertrouwen lijkt te zijn.

De periodes van het verhaal wordt belicht vanuit de beeldvorming en gedachten van drie verschillende vrouwen. Dat maakt het plot en de wendingen levendig, het verhaal blijft vaart houden en boeien en tot vrijwel het einde blijft onduidelijk wat er is gebeurd en wie er achter zit. Prima ‘who-done-it’ met blijvende vaart.

Paula Hawkins (1972), in Salisbury, Zimbabwe geboren, verhuisde toen zij 17 jaar was naar Londen. Daar ging ze politiek, economie en filosofie studeren. Onder het pseudoniem Amy Silver schreef ze o.a. Confessions of a Reluctant Recessionista, All I Want for Christmas, One Minute to Midnight en The Reunion. Onder haar eigen naam brak ze in 2015 door met The Girl on the Train, dat op 1 februari 2015 op nummer één van The New York Times Fiction Best Sellers stond en stond maar liefst 16 weken op de eerste plaats. De opvolger van deze bestseller is Into the Water. Hawkins was journaliste voor The Times en schreef ook een financieel adviesboek voor vrouwen; The Money Godess. © JJMB Tops

Affectie van steen…

img_3345

Affectie van steen

Behoedzaam plaatste ze haar zwarte veterschoenen op de stoeptegels. Stap voor stap, tegel voor tegel, éen, twee, drie, vier, vijf… Ze wist al hoeveel het er waren. Precies duizendvierentwintig. De laatste tegel eindigde bij de til met duiven waar Wouter altijd voor mocht zorgen. Vandaag probeerde ze de lijnen tussen het gesteente niet te raken. Dat was niet zo moeilijk. Ook al had ze inmiddels weer een schoenmaat groter, haar schoen paste gemakkelijk tussen de voegen op het harde grindsteen van het keurig recht bestrate rasterpatroon van het plein.

Ze verafschuwde de schoenen die ze had gekregen inmiddels hartgrondig. Liever had ze die zwart suède schoenen gekregen, met een kleine sleehak en zo een bandje om de enkel. Daar liepen alle meisjes in de klas mee. En ze waren nog goedkoper geweest dan deze. Eigenlijk had ze niet goed begrepen waarom ze deze had moeten kiezen van haar moeder toen ze naar de andere in het rek had gewezen maar ze zweeg maar liever toen ze de mond van haar moeder in een onverbiddelijke streep had zien veranderen. Een paar meisjes waren in lachen uitgebarsten toen ze de klas binnen was gekomen. ‘Die schoenen…’, had Ineke gegild. De rest van het groepje deed al snel mee. Tijdens de handarbeidles had Karin er hard op gestampt, toen juf Veenstra even de klas uit was gelopen. ‘Zo, nou zijn ze niet meer nieuw.

Vanuit de kolossale bomen achter de stenen muur van het plein fladderden een groepje merels achter elkaar aan in de lucht. Het gekwetter van hun gele snavels klonk, boven het gejoel van de klassen uit, als een uitdagende lokroep naar elkaar. De maandag was begonnen met een donkergrijs wolkendek dat geen enkel kiertje open liet voor de zon. De regenval van die nacht had donkere plekken achtergelaten op de tegels. Zeshonderdachtenveertig…

 

img_3343

Uit het boek met werktitel ‘Tottel’, uitgifte in 2018

© JJMB Tops

Weg van Lila, Patrick van Rhijn

Weg van Lila

*️⃣*️⃣*️⃣*️⃣⏺

Djon Maas, regisseur bij MTV, is het klassieke schoolvoorbeeld van een ‘foute man’, de figuur waar je als potentiële schoonmoeder van gruwt. Hij leeft het leven waar veel mannen jaloers op zullen zijn,  beweegt zich in het wereldje waarin hij veel bekende artiesten tegenkomt, gaat naar feestjes waar je je vingers bij aflikt en weet veel vrouwelijk schoon voor een nachtje tussen zijn lakens te lokken. En ook al kruipt hij vanaf de eerste bladzijde onder je nagels en weet hij het uiterste van je irritatieniveau aan te prikken, toch ga je houden van zijn personage en zijn aandoenlijke en humoristische manier om zich door zijn wilde leven heen te bewegen. Djon laat zich door zijn jachtige leven heen duwen tot het moment dat hij letterlijk de Zweedse Mikki tegen het lijf loopt en voor het eerst in zijn leven beseft hoe verliefd zijn voelt. Niet lang daarna blijkt Mikki plotseling zwanger. Dat hij vader wordt, lijkt voor Djon het keerpunt in zijn leven. Negen maanden later wordt hun huwelijk bezegeld met de komst van een dochtertje, Lila. Als Mikki erg geïsoleerd en in de put raakt, besluit ze terug naar Zweden te verhuizen. In eerste instantie laat ze Lila vrijwillig achter bij Djon, maar als het meisje een jaar oud is, eist ze haar dochter op. Djon zet, op zijn beurt, zijn hakken in het zand en gaat de juridische strijd aan met de moeder van zijn dochter.

De auteur, Patrick van Rhijn, schuwt zijn eigen aandeel niet in dit directe en open boek waarin hij zichzelf, als Djon Maas, weg zet als een onverbeterlijke vrouwenverslinder. Op een hartveroverende wijze schrijft hij zonder opsmuk over het pad van zijn losse leventje via het vaderschap naar de uitkomst van het oordeel van de rechter over de voogdij van zijn dochtertje, waar hij dan inmiddels al drie jaar lang in zijn eentje voor zorgt. Zijn schrijfstijl leest gemakkelijk, maar blijft boeiend en zal voor menig echtpaar met kinderen in echtscheiding zeker herkenbaar zijn. Van Rhijn vertedert je in zijn gesprekken met zijn dochtertje en is aandoenlijk in zijn vaste voornemen om Mikki trouw te blijven, ondanks dat hij als hongerige kat vaak met zijn neus op het heerlijk geurende spek geduwd zit. Zonder vals te worden weet hij treffend tussen de regels door duidelijk te maken dat ook Mikki geen schoon blazoen draagt.

Als lezer word je als stille metgezel meegenomen in de gebeurtenissen en geeft Weg van Lila de mogelijkheid om als vrouw eindelijk eens in een mannenbrein te kunnen loeren. Los van het hoofdthema, de wankele positie van vaders ten opzichte van moeders in een juridische voogdijstrijd, beschrijft het boek op een fijne wijze een aantal andere zij-pijlers, zoals het werk dat hij doet bij MTV, de reizen die hij daarvoor moet maken en zijn band met zijn vriend Siep, die hem zonder drang of oordeel, op het trouwe pad probeert te blijven houden. Op treffende wijze weet de auteur duidelijk te maken hoe Mikki zich voelt, door rauw en direct te beschrijven hoe zeer Djon, ondanks zijn oprechte bedoelingen, steeds in zijn eigen valkuil is geneigd te stappen, ten koste van het gevoelsleven van zijn vrouw. Als foute man zou je hem nu en dan een keer flink onder zijn hol willen schoppen. Als vader gun je hem de voogdij over zijn dochter van harte.

De eerste druk van Weg van Lila dateert van oktober 2007.

Patrick van Rhijn, 24 december 1970, is een Nederlandse schrijver en columnist van de rubriek ‘Wat hij vindt’ bij Vrouw.nl van de Telegraaf. Daarnaast is Van Rhijn is ook auteur van: Vaderstad (2009, als vervolg op Weg van Lila), Dagboek van een hufter (2010) en Big Sister Live (2011). Weg van Lila is uitgegeven door Karakter Uitgevers B.V. Later is Van Rhijn overgestapt naar Uitgeverij FMB/Dutch Media.

Voordat Van Rhijn ging schrijven, werkte hij als regisseur, opnameleider en redacteur voor de muziekzenders MTV en TMF. Ook werkte hij als entertainer en presentator over de wereld. Hij spreekt naast Nederlands, Engels, Frans en Duits ook Zweeds, Spaans, Braziliaans en Portugees.

Het boek Vaderstad is het allereerste boek met een eigen soundtrack, Wonderwater, gezongen door Nina June. De eerste 10.000 exemplaren van dit boek bevatten een CD met daarop vijf nummers van Nina June. De tekst van Wonderwater is gebaseerd op Vaderstad.

In 2015 won Van Rhijn het hoger beroep in een rechtszaak tegen filmproducent Steven de Jong waarin Van Rhijn laatstgenoemde beschuldigde van plagiaat op de boeken Weg van Lila en Waterstad. © JJMB Tops

De verrassing…

IMG_2911

“Stap in, Rooie, ik wil je iets laten zien…”. Zijn blauwgrijze ogen keken licht samengeknepen naar haar omhoog. Hij zat achter het stuur van zijn zilvergrijze Mercedes 190. De motor draaide. Vanuit haar linkerooghoek had ze een donkere vlek achter haar bemerkt die langzaam met haar mee leek te rijden. Een auto, vermoedde ze, en ze wachtte op het moment dat deze haar zou passeren. De donkere schimmigheid bleef echter volgen. Op gepaste afstand reed het voertuig met haar mee. Geïrriteerd keek ze een keer opzij om te zien waarom hij niet doorreed. Een lichte huivering trok door haar lichaam toen ze hem herkende.

Ze aarzelde. Hij had weer die onpeilbare blik in zijn ogen die ze de laatste weken al vaker had gezien en ze kreeg er steeds vaker een onbestemd gevoel van. Vaak bleek hij dan in een humeurige stemming. Dominant, autoritair, op ruzie uit, kwetsend, soms ronduit beledigend. Later had hij spijt en kwamen de verontschuldigingen. Een zware dag op het bureau. Een zanikende districtschef. Of zijn ex-vrouw was weer eens verschrikkelijk moeilijk geweest. Er sloop de laatste tijd echter een patroon in hoe hun contacten verliepen die haar intuïtie vaag deed alarmeren, al kon ze er haar vinger niet op leggen. Die ingebouwde graadmeter, die nekharen die haar niet veel goeds voorspelde, nog voordat ze überhaupt wist wat het was en waarom. Haar verstand negeerde die intuïtieve rookmelder te vaak.

“Wat wil je me laten zien dan?”, vroeg ze, daarmee de beslissing om in te moeten stappen nog even uit te kunnen stellen. Iets weerhield haar om de klink van het portier vast te pakken. Het raam van het portier aan de bijrijderskant had hij naar omlaag gedrukt. Zijn hoofd licht gebogen, zijn handen op het stuur terwijl de subtiele, haast sardonische trek om zijn mond vertrok tot een brede geamuseerde grijns en de pretlichtjes in zijn ogen terugkeerden.

“Dat is een verrassing”, antwoordde hij. “Stap nou maar in, je zult zien, het is leuk.”

Even twijfelde ze nog en zocht naar een excuus. Ze waren de laatste keer dat ze elkaar hadden gesproken immers niet fijn uit elkaar gegaan toen hij kwaad naar zijn eigen huis was gegaan. Althans naar zijn caravan die hij had gestald op een vakantiepark en waar hij woonde sinds hij was gescheiden. Ze had niet begrepen waarom hij weer zo was ontploft. De sfeer sloeg de laatste tijd steeds vaker om. Om de kleinste dingen kon hij plotseling vlam vatten.

Afgelopen week was hij onverwachts binnengekomen in haar studio. Hij had gesport en gooide zijn sporttas voor zijn voeten op de grond terwijl hij erbij ging zitten op haar bank. Met een knerpend geluid ritste hij een zijvak van de tas open en haalde er een vuurwapen uit. Ze had gezien dat het een klein type pistool was, anders en kleiner van formaat dan de Walther P5, haar eigen dienstwapen dat ze tijdens haar diensten droeg. Trots had hij hem onder haar neus gedrukt. Zij trok er haar neus bij op. Ze hield niet van wapens. Ze had een vaste hand van schieten, maar voor haar was het niet meer dan een noodzakelijk werktuig dat haar, haar collega’s en de maatschappij moest beschermen tegen het gevaar dat kon loeren tijdens de uitoefening van haar werk, verder was er niets moois aan, in haar optiek. Een keer had ze haar pistool tijdens een nachtdienst uit voorzorg ter hand moeten nemen toen er tijdens een melding schoten waren gehoord. Verder hoopte ze het kreng nooit meer uit haar holster te moeten halen, anders dan voor de opberging in haar kluisje op het bureau en de driemaandelijkse beroepstrainingen.

“Heb jij daar wel een vergunning voor?”, had ze hem gevraagd. “Nee, snotneus, maar dat is ook niet nodig. Het is een Smith & Wesson, mijn oude dienstwapen voordat we de Walter P5 ging gebruiken. Hij lag nog in huis bij mijn ex en ik moest hem van haar meenemen. Dat zeikwijf wilde hem niet meer in huis hebben maar ik vind het te link om hem in de caravan bewaren.” Als het hem uitkwam liet hij haar graag voelen hoe ervaren hij al was tegenover haar. Al ging hij er anderzijds wel weer prat op dat hij met zijn negenendertig jaar nog zo’n jong blaadje had gescoord. “Ik leg hem een tijdje bij jou neer.”

Bam! Zonder overleg. Zonder ook maar fatsoenlijk te vragen of ze daar wel op zat te wachten. Hij klom de loft op naar het slaapgedeelte van haar studio en schoof de plank weg die een ruimte verborg dat plaats bood aan haar persoonlijke papieren. Nadat hij het pistool er in had gelegd, schoof hij de plank weer onzichtbaar terug op zijn plek.

“Weet je echt zeker dat dit legaal is?”

“Maak je niet zo druk”, lachte hij om de weifelende uitdrukking op haar gezicht. Die van hem verzachtte enigszins bij het zien van haar twijfel.

“Geen mens die dit plekje kent, dat heb je zelf gezegd, Rooie.”

“Dat vroeg ik niet. Ik vroeg je of dit wel toegestaan?”

“Jahaaa. Dit is gewoon mijn eigen wapen geweest. En nou weg met dat zorgelijke smoelwerk. Daar krijg je rimpels van.” Daarna was hij van de loft af naar beneden geklommen en had haar in zijn armen genomen.

“Echt, er is geen enkele reden om te miepen.”, zei hij terwijl hij vertederd het haar uit haar gezicht streek.

Die avond was hij terug naar de caravan gegaan. Toch had het haar niet lekker gezeten, ze had er van in haar bed liggen woelen, was zelfs uit bed gekropen en had er in het holst van de nacht haar schiet- en geweldsinstructies van de politieopleiding nog eens op nageslagen. Nergens vond ze terug dat het niet mocht maar ook niet expliciet dat het wel was toegestaan om als politieagent het vorige dienstwapen te behouden wanneer het vervangen werd. Wat haar betrof werd dit dan gewoon een ander wapen waar je een vergunning voor moest hebben en hoorde dit gewoon te worden ingeleverd, wat hij er ook over beweerde. Je dienstwapen was immers nooit jouw persoonlijke eigendom.

Hij was hij in woede ontstoken toen ze hem de ochtend erna had opgebeld en had gevraagd het ding weer op te komen halen. Hij had haar allerlei verwensingen naar het hoofd geslingerd. Ze stelde zich alleen maar verschrikkelijk hysterisch aan, zoals áltijd. Ze vertrouwde hem niet, daarom wist hij ook niet meer of hij eigenlijk wel met haar verder wilde. Hij moest toch op haar kunnen rekenen? Collega’s bij de politie steunden elkaar door dik en dun. En zij liet hem dus gewoon barsten? Dat werden ‘matennaaiers’ genoemd. En wat stelde hun persoonlijke relatie dan voor? Als politievrouw, als mens, maar bovenal als zijn vriendin? Ze moest nog veel leren, had hij haar toegebeten.

Dat had haar allemaal toch aan het twijfelen gebracht en een rotgevoel gegeven. Had ze het dan zo verkeerd beoordeeld? Beschaamd en geraakt had ze geprobeerd zich te plooien tussen haar eigen gevoel en hem tegelijkertijd toch tegemoet te komen. Dat ze zich er gewoon niet veilig bij voelde, de verantwoordelijkheid te groot vond. Eigenlijk gewoon om dezelfde reden als waarom zijn ex-vrouw het stuk ijzer het huis uit had willen hebben. Het was zeker niet persoonlijk naar hem bedoeld. Heus niet. Haar pleidooi had hem niet veel milder gestemd, al was hij het onding wel op komen halen.

“Wat kun jij de boel op de spits drijven, zeg!” Hij was meteen weer bits in de aanval gegaan nadat hij was binnengekomen.

“Dit is nou precies zo’n reden waarom wijven gewoon niet geschikt zijn om bij de politie te werken. Als ze om zoiets al in de paniek schieten… Denk jij nou werkelijk dat ik het risico neem om mijn baan op het spel te zetten door iets te doen wat niet legaal is? Jij vertrouwt mij gewoon niet. Jij moet echt eens met jezelf aan de slag. Teveel issues heb jij en daarmee ga jij het nooit redden bij de politie.”

“Ik vertrouw je wel, echt, dat doe ik wel. Maar neem hem toch maar mee. Daar voel ik me gewoon beter bij, joh”, en probeerde hem zo wat te ontdooien. ‘Problemen daar laten waar ze thuis horen’, dacht ze er achteraan, maar dat had ze maar wijselijk achterwege gelaten. Ze wilde de sfeer niet nog ijziger maken dan hij al was. Hij was haar met een verwijtende kille blik aan blijven staren, had het wapen zwijgend in de binnenzak van zijn zwarte leren jas gestopt en had zonder iets te zeggen de deur achter zich dicht getrokken en was weggegaan. Hij had die dagen erna ook niet meer gebeld.

Ze voelde zich de laatste tijd steeds rustelozer worden onder zijn toenemende stemmingswisselingen. Hij reageerde steeds vaker stekelig om niets en werd ook grievender naar haar, wanneer ze hem onbedoeld blijkbaar weer eens tegen de schenen had geschopt. Zoals vorige week, toen hij haar met een donkere koude blik had aangestaard op het moment dat ze uit de badkamer was gekomen, gekleed in haar Levi’s jeans en een simpele katoenen longsleeve. Haar lange rode haren had ze in een staart gebonden. Vol afkeuring had hij na een half uur zwijgen laten weten dat hij er op een zondag toch wel op moest kunnen rekenen dat ze een minirok droeg. En waarom had ze haar haren vastgebonden? Ze wist toch dat hij ervan hield als ze haar haren los liet hangen? Het was de aanleiding geweest om haar de rest van het weekend volkomen links te laten liggen met af en toe een hatelijke steek onder water. Bij zijn eerste stemmingsbuien had ze nog flink weerstand geboden en stug gedaan wat ze zelf wilde.

Ze was voor haar vijfentwintig jaar behoorlijk gewend haar eigen boontjes te moeten doppen en ze was ook zeker niet op haar mondje gevallen. Maar naarmate zijn eisenpakket grimmiger werd, brokkelde haar verzet steeds verder af en zocht ze steeds vaker naar een manier om hem ter wille te zijn, zonder dat ze zichzelf verloochende. Zeker vanaf het moment dat hij zijn eerste twijfels was gaan uitspreken over hun relatie, wanneer hij zijn zin niet kreeg. Dat had haar geraakt en onzeker gemaakt. Ze wilde hem zeker niet kwijt, was zo toe aan een beetje meer zekerheid, een stabiele relatie. Iemand tegen wie ze ook eens aan kon leunen als ze het nodig had. Haar romance met hem had de toppen van de schrijnende pijn van het mislukken van haar relatie met Geert afgeschaafd en dragelijker gemaakt. Ze wilde geen liefdesverdriet meer voelen, die brandende pijn op haar borst als ze bedacht dat ze nu eigenlijk samen met Geert door Frankrijk had moeten toeren zoals vorig jaar, het gemis, maar vooral het alleen zijn. En hoewel ze uitstekend voor zichzelf kon zorgen, greep het eenzame gevoel haar met momenten verschrikkelijk naar de strot. Ze wilde geen eenzaamheid meer. Ook al had ze met vallen en opstaan al veel obstakels in haar eentje moeten verslaan, ze wilde nu blijvend bij iemand horen.

Onder de plagerige blik en de jongensachtige grijns die de sardonische trek om zijn mond had verdreven, greep ze de klink van het portier vast en stapte in.

IMG_2912

 

Uit het boek met werktitel ‘Tottel’, uitgifte in 2018 © JJMB Tops.