Pebbles schrijft

Zuigen kreng!

IMG_0255

Heeft televisie een slechte invloed op onze kindertjes en hun ontwikkeling? Ik denk dat dit best voor een gedeelte het geval kan zijn, al is het ene kind er wat vatbaarder voor dan het andere. Zoals het ene kind later wél van het paadje afwijkt en het ander niet, onder invloed van allerlei genetische en maatschappelijk factoren.

Het ene kind stelt meteen het spek op zijn kleuterbips ten toon in een overvolle winkel, na het zien van een aflevering van Chin-Chan, het ander houdt zijn hoos keurig op zijn heupjes, maar zit wel ondersteboven in het schap met de chips. Ik denk dat de media zo wie zo menselijk gedrag beïnvloedt, of je nou 5 jaar bent of 40, of het nou om reclame gaat of om Nickelodeon. De mens kopieert nou eenmaal. En het lijkt mij best recommandabel om daar rekening mee te houden, maar om nou je kind geheelonthouder te maken van alles wat maar pedagogisch niet bepaald gewenst is volgens de geldende normen, lijkt mij schromelijk overdreven. Die ukken moeten toch leren wat goed is, en dat kan volgens mij alleen wanneer ze ook met slecht te maken krijgen. Hoe moeten ze nou leren wat goed is, als ze ‘slecht’ alleen maar kennen van ‘horen zeggen’? Goed zouden ze dan lijfelijk mogen ervaren, slecht is iets wat ze uit boekjes moeten leren. Best eng, lijkt mij, want áls dan een keer de pleuris uitbreekt, waar blijf je dan zonder dat laagje eelt op je zieltje? En zeg nu zelf, een weeïg zachte ruggengraat zonder knoesten met eelt en een paar stevige poten geaard in de grond, wie wordt daar nou blij van…

Ik probeerde het altijd, –op hoop van zegen-, gewoon te gebruiken als educatief voorbeeldmateriaal. Grinnikend, giebelend en giechelend samenspannen op de bank; “Kijk, leuk hè, maar héé, zo hoort het dus eigenlijk niet.” En eerlijk is eerlijk, ook al vind ik het gemiddelde KRO kinderprogramma leuker, die jackasses willen ook knalle, schiete en fegte. Want da’s stoer, eh…cool, eh…swag…

Ooit hadden mijn wederhelft en zoon (toen nog schattig 6) pedagogisch verantwoord kwaliteitstijd. Met een volgelopen gemoed van vertedering zat ik naar het plaatje te kijken. Interactie tussen vader en zoon, hoe mooi kan het leven zijn. Met dank aan Playstation XIV.

Tussen de vlammenwerpers, exploderende TNT-bommen en geratel van machinegeweren door, hoorde ik wel steeds een verontrustend agressief klinkende stem na iedere knal roepen: “SUCK ON THIS!”

Suck on this? Met sokken zal het vast niet te maken hebben. En het was ontegenzeggelijk bedoeld als “Hier, pak aan!” Maar de letterlijke vertaling liet niets te wensen over aan mijn verbeelding en ik zag bij het steeds opnieuw horen van de onverbiddelijk haatdragende klanken, een tafereel voor me, geknield en zuigend in bedwang gehouden. Al had ik het gewild, ik was niet meer bij machte om hier nog iets in om te buigen naar een onderwerp ter illustratie van hoe het vooral niet moest. Mijn echtgemaal klaarblijkelijk ook niet, getuige de ‘oe’s’ en ‘shit’s’ die uit zijn strot geperst werden, terwijl hij zich steeds achterover liet vallen op de bank.

Beng! Suck on this! Baf! Suck on this! Dengdengdengdengdeng! Pak aan, sukkel! Piewiewiew! Zuigen, kreng! Dat kleine jongetjes, onder invloed van hun testosteronspiegelschommelingen hun plaats in de pikorde zochten, door zo nu en dan Rambo te kopiëren, kon ik nog enigszins volgen. Maar hoe ging ik mijn kinderen uitleggen dat het niet bepaald gebruikelijk is om mensen letterlijk en figuurlijk neer te halen en het ook niet zo vriendelijk is om hen dit ook nog eens zuigend te laten doen aan Joost mag weten welk voorwerp?

Een paar dagen later was het onheil al daar. Buiten sloop zoon rond in de tuin, met een fictieve mitrailleur, –had hij nou echt geen denkbeeldige geluidsdemper op het ding kunnen schroeven?-, en pafte zonder pardon, bij de minste beweging, zijn al even schimmige vijanden neer. Na iedere knal –BENG– klonk een oerkreet uit de keel van mijn zoon, gevolgd door: “Sokkon-dis!”

Tegen de tijd dat hij een heel peloton geknield en oraal gestraft voor zich had zitten, vond ik het welletjes. Tijd om toch in te grijpen voor een pedagogisch gesprek.
Blijkbaar liep ik in de weg. Onderwijl spichtig achter mij doorkijkend, keek hij me, met zijn felblauwe ogen hevig geïrriteerd aan:

“Mah-ham! Ga nouwes aan de kant, ja! As je niet hul snel veg gaat, dan pak ik mun sokkon-dis en dan schiet ik jou neer!”

IMG_0254

Advertenties

De tip van Johanna…

Wis

Als je aan een psychopaat denkt, zie je gemiddeld genomen het algemene beeld voor je van een zonderling, kwaadaardig en gevaarlijk persoon. Een gestoorde gek aan wie je het duidelijk af kunt lezen, een perverse viezerik. Aan wie je het al ziet als je in zijn ogen kijkt. De griezel die je, met schuim om de mond, met een bijl achterna zit. Iemand als sekteleider en moordenaar Charles Manson bijvoorbeeld. Of het personage Jack uit het verhaal van The Shining van Stephen King.

We willen onszelf graag wijsmaken dat dit type kwaadaardigheid in de mens niet zo vaak voor komt, liefst ver van ons vandaan plaatsvindt, altijd ergens anders zijn slachtoffers maakt. Omdat we nu eenmaal graag in heldere en overzichtelijke hokjes denken. Dat voelt veilig omdat we de gedachte niet kunnen verdragen dat het kwaad zich gewoon onder ons bevindt.

Helaas is dat wel zo. Het vermomt zich als een heel gewoon persoon. De buurman, zijn vrouw, dorpsgenoot of zelfs je baas. Je kunt ze vinden op iedere werkplek, hoog in de organisatie. Zeker in bedrijven waar het vooral draait om macht en geld. Misschien ben je er mee getrouwd of ben je zelfs uit hem of haar voortgekomen.

Die gedachte is angstaanjagend. Het schopt ons gevoel van veiligheid onderuit en maakt dat we gedwongen op onze hoede moeten zijn. Je ziet het aan de gewone ‘next door’-personage immers niet af en wie kunnen we dan nog vertrouwen?

Maar als je goed kijkt, je verlangen naar dat veilige hokje durft los te laten, de gedachte durft toe te laten dat zo iemand wel eens dichterbij kan zijn dan je zou willen, als je weet waar je naar moet kijken, dan kun je ze herkennen. Dan kun je ze zien. En er je voordeel mee doen. Maken dat je op tijd wegkomt bijvoorbeeld.

Dat is wat ik deed in het voorjaar van 1995.

Proloog

Wat vertellen de vingers ons…

Handpalm-lezing-1

Op Lifetrend staat een aardigheidje. Er wordt beweerd dat de lengte van je pink ten opzichte van de lijnen in je hand iets over je persoonlijkheid zegt. Hoe steekt u in elkaar wanneer de top van uw pink boven de lijn van het eerste kootje van uw ringvinger uitsteekt. Of daaronder. Of, in mijn geval, precies er tegenaan.

Nou is ondergetekende altijd wel in voor een fopje.

Ik val dus, zonder smokkel, met mijn bescheiden graftakken onder type nummer 1.

thumbnail_IMG_3990

Eens loeren of de uitleg van mijn persoonlijkheid een beetje klopt…

Er staat, ik citeer:

Als je pink precies in lijn staat met de bovenste lijn van je ringvinger (dat doet íe, brand los…), dan betekent dit het volgende:

Je houdt je gevoelens voor jezelf en bent niet echt open naar vreemden. Maar als je iemand hebt die je vertrouwt, dan ga je de meest diepe emotionele band aan. Hmm, volgens mij heb ik die meest emotionele band toch met u allen. Over het diepe laat ik mij niet uit.
Je kan een beetje arrogant zijn, maar dat is niet hoe je bent. Dat laatste betwijfel ik.
Je kan slecht tegen leugens, huichelen en oneerlijkheid omdat totaal het tegenovergestelde is van hoe jij bent. Ik zal het u sterker vertellen, daar staat bij mij de doodstraf op. De brandstapel welteverstaan.
Je bent het strengst voor jezelf, je vraagt altijd het beste en meer van jezelf. Dat klopt. En als dat dan niet lukt, ben ik buitengewoon slecht gehumeurd.
Je kan nog al excentrisch zijn. Helemaal waar. Punt.
Je hebt een groot hart en wilt altijd anderen helpen. Ik heb de gaten in mijn klopper gevuld met Polyurethaan.

Waar valt u onder? Ik ben razend benieuwd!

De Voyeur, Aloka Liefrink

IMG_3841

*️⃣*️⃣*️⃣⏺⏺

Hoofdpersoon is Lisa, een jonge vrouw van rond de 27 jaar, beginnend schrijfster, die er op een tamelijk smakeloze manier achter moet komen dat haar vriend haar al geruime tijd bedriegt met een goedkoop uitziende prostituee uit het voormalig Oostblok. Wanneer Lisa vrij snel daarna haar oude vlam, Richard, tegen het lijf loopt, biedt hij haar goedkoop woonruimte aan. Lisa, heen en weer geslingerd tussen haar nog steeds aanwezige gevoelens voor haar oude vriend Sander en de opnieuw ontluikende verliefdheid op de spannende en sensuele Richard, grijpt deze kans aan om haar zelfstandigheid terug te vinden en te leren doorgronden hoe zij zelf in elkaar steekt. Ze betrekt de door Richard tot appartement omgebouwde zolderruimte. Hoewel Sander haar niet los kan laten, wordt ze daarentegen steeds vaker aangetrokken door Richard. De sensualiteit die ze bij Sander ontbeerde, komt bij Richard tot bloei. Richard begint echter steeds vaker nare trekjes te vertonen…

In dit beklemmend boek neemt de auteur je niet alleen mee in het hoofd van de hoofdpersonage Lisa, maar tegelijk ook in die van de belangrijkste personen om haar heen waardoor je een inkijkje krijgt in de herkenbare persoonlijke problemen binnen de verschillende relaties en hoe zij op elkaar reageren. Liefrink beschrijft op broeierige wijze hoe krankzinnig een psychopaat denkt en handelt. De erotiek tussen Lisa en Richard is prikkelend zonder goedkoop te worden. Het laat zien hoe kwetsbaar vrouwen kunnen zijn als ze de alarmsignalen van hun intuïtie, onder invloed van een hevige verliefdheid na een eerder gebroken hart, naïef blijven negeren.

De Voyeur is een benauwend knap geschreven psychologische thriller, hoewel bepaalde delen in het midden van het verhaal het zeker verdienen om nog beter te worden uitgediept. Het verhaal blijft hier en daar wat hangen waardoor je geneigd bent om sommige bladzijden te gaan overslaan. Af en toe wekt het verhaal de indruk dat de schrijfster bepaalde verhaallijnen op het laatste moment nog heeft veranderd en het soms niet goed meer leek aan te sluiten op wat ze eerder schreef. Hierdoor krijgt de spanningsboog niet helemaal het niveau dat er zeker nog in had kunnen zitten.

De eerste druk van De Voyeur dateert van 2016 en is uitgegeven door Uitgeverij Houtekiet te Antwerpen. De tweede druk kwam één maand na publicatie in september 2016.

Andere boeken van haar zijn:
‘Fotomodel gezocht’ (2011)
‘De passiecoach’ (2012)
‘Avondmasker’ (2013)
‘Onderhuids’ (2014) samen met auteur Luc Deflo

Aloka Liefrink (1979) is een Vlaams-Nederlandse schrijfster van Indiase origine die in 2010 haar debuut had met haar roman Verweesd, een autobiografisch verhaal met een fictief tintje over haar adoptie toen zij negen maanden oud was en de problemen die zij had in haar jeugd. Hierna richtte zij zich op het psychologische thrillergenre. Liefrink kreeg het schrijven al met de paplepel ingegoten door haar adoptievader die hoofdredacteur was bij de Standaard Uitgeverij en jeugdboeken schreef. Als tiener deed zij al regelmatig mee aan diverse schrijfwedstrijden en viel daarmee regelmatig in de prijzen. Liefrink is afgestudeerd in Public Relations en heeft ook een studie tot life coach afgerond waarmee zij, na een succesvolle praktijk in Vlaanderen, nu ook een doorstart wil maken in Nederland.

Op haar website http://www.alokaliefrink.com houdt zij een blog bij waarin zij regelmatig schrijft over alledaagse gebeurtenissen uit haar leven.

© JJMB Tops

Hoofdzaak, Mariska Overman

IMG_3840

*️⃣*️⃣*️⃣⏺⏺

Als politierechercheur David Dieudonné na het nemen van een douche weer beneden komt, doet hij een lugubere ontdekking. Op zijn keukentafel kijkt een vlijmscherp afgesneden hoofd met verwonderde blik zijn keuken in. Vanaf dat moment staat zijn leven ondersteboven. Hij roept de hulp in van zijn halfzus Isabel die een paar jaar terug ook bij de recherche werkte maar door een schokkende zaak waar zij aan werkte, gestopt is bij de politie en koos voor de rust die het werk als postmortaal medewerkster haar geeft. Sinds de laatste twee jaar verzorgt zij overleden personen. Hoewel zij sterk twijfelt of ze haar medewerking aan het onderzoek wel moet geven, laat ze zich toch overhalen. Van wie is het hoofd en wat is er mee gebeurd? En waarom is het bij David op de keukentafel terechtgekomen? Het zijn deze twee vragen die er voor zorgen dat de lezer het boek uit wil lezen. De start van het verhaal wekt meteen nieuwsgierigheid, in tegenstelling tot hetgeen regelmatig voorkomt in andere boeken, waarin juist een langdradige start de lezer dwingt om vol te houden en verder te lezen om in het verhaal te komen. Bij Hoofdzaak lijkt dit andersom te zijn. Het gedeelte na de intrigerende start wordt al snel wat langdradig. Dit maakt de prachtige “startbom” van het begin van het boek onmisbaar, omdat je, ondanks dat het verhaal wat blijft hangen, toch razend benieuwd bent naar de rest van het verhaal. De beschrijvingen van allerlei bijzaken duren te lang voordat het verhaal weer verder loopt.

De personages worden helder en verschillend weergegeven, evenals de chaos die ontstaat na de vondst van het hoofd, al doet de gang van zaken in de opstart van het onderzoek soms te Amerikaans aan. Ook het gegeven dat David deel uitmaakt van het TGO (Team Grootschalig Onderzoek) haalt de geloofwaardigheid van het verhaal enigszins naar beneden, hij is immers persoonlijk betrokken bij de vondst en zou daarmee een verdachte kunnen zijn. Het is voor de lezer een te belangrijk detail om te verwaarlozen. Een persoon als Lennette, de halfzus van David en de volle zus van Isabel is er wel een die onder je nagels gaat zitten. De hoofdpersoon Isabel wordt echter zodanig als perfect persoon neergezet en op een voetstuk geplaatst dat zij haast onmenselijk wordt en daardoor toch wat ongeloofwaardig wordt. Het slot is erg sterk, het blijft tot het einde onduidelijk wie er achter deze misdaad zit. Dat maakt het verhaal wel meer dan voldoende thriller voor lezers die niet teveel na willen hoeven denken of terug willen moeten lezen.

Mariska Overman (1970) debuteerde met dit boek in april 2017 en is momenteel bezig aan haar tweede boek waarin het hoofdpersonage Isabel weer terugkeert. Overmars heeft een HBO-studie theologie gedaan en lesgegeven in levensbeschouwing, filosofie en ethiek. Samen met haar echtgenoot heeft ze een bureau dat gespecialiseerd is in levenseinde, Bureau MORBidee. Dit thema komt ook duidelijk terug in haar debuut.

Hoofdzaak is uitgegeven door Uitgeverij The Crime Company. Ook haar tweede boek wordt door deze uitgeverij uitgegeven.

© JJMB Tops

Blauwe maandag, Nicci French

NicciFr

*️⃣*️⃣*️⃣*️⃣⏺

Het eerste boek van zeven stuks in de Frieda Klein-serie van Nicci French en meteen een ijzersterk exemplaar zoals van het auteursechtpaar verwacht mag worden.

Als Frieda Klein, een psychotherapeute, Alan Dekker in therapeutische behandeling krijgt, wordt zij tegen wil en dank betrokken bij de verontrustende verdwijningszaak van de vijfjarige Matthew. Alan droomt over het krijgen van een zoontje met rood haar en sproetjes. Als Matthew verdwijnt, blijkt dat hij wel heel erg veel overeenkomsten vertoont met het jongetje uit de dromen van Alan. Lukt het de politie om Matthew, met behulp van Frieda, nog levend terug te vinden? En is nou wel of geen link met een verdwijningszaak van de vijfjarige Joanna zo’n twintig jaar geleden?

Het e-boek is opgebouwd vanuit steeds wisselende perspectieven waardoor het plot blijft intrigeren en geen enkel moment gaat vervelen. De personages zijn mooi uitgediept; het teruggetrokken, haast autistische karakter van Frieda die, als gevolg van haar slapeloosheid, ’s nachts buiten ronddwaalt door het doolhof aan straten in Londen. Haar soms wat eigenaardige manier van doen, maakt haar een interessante persoonlijkheid waar je meer van wil weten, omdat zij juist niet veel van zichzelf blootgeeft. Ook de labiele, haast kinderlijke aard van Alan in spiegelende verhouding tot dat van zijn echtgenote Carrie, die op haar beurt sterk en moederlijk geeft wat hij nodig heeft. De frustratie van de politiemensen die het maar niet lukt om de verdwijningen op te lossen, de hysterische en egoïstische schoonzus van Frieda, verlaten door haar steeds weer overspelige echtgenoot, en haar dwarse puberdochter Chloé, Frieda’s nichtje, die duidelijk psychisch te lijden heeft onder het egocentrische gedrag van haar ouders en haar toevlucht zoekt bij Frieda. Ook details als de omgeving van het koude en donkere Londen en de beschrijving van de interieurs van de huizen in het verhaal zijn helder en beeldvormend geschreven zonder dat je als lezer steeds een overkill aan informatie te verhapstukken krijgt.

Psychosociale thema’s als alcoholmisbruik, automutilatie, borderline en Stockholmsyndroom maken het plot extra boeiend en levendig.
Wanneer het slot mij dan ook nog verrast, is het boek wat mij betreft een echte aanrader!

Nicci French is het pseudoniem voor het auteursechtpaar Nicci Gerrard (1958) en Sean French (1959). Ze schrijven altijd alleen; Gerrard in haar studeerkamer en French in zijn schuurtje in de tuin.

Gerrard studeerde Engelse literatuur, gaf les, had een tijdschrift voor vrouwen en was freelance journaliste. Hoewel beide Engelse literatuur studeerden aan de Universiteit van Oxford, leerden ze elkaar pas kennen toen zij allebei werkten voor de New Statesman en trouwden in 1990. Samen kregen ze nog 2 kinderen. Gerrard had al 2 kinderen uit haar eerdere huwelijk.

De Frieda Klein-serie bestaat uit 8 delen waarvan de hierna volgende titels:

  • Blauwe maandag
  • Dinsdag is voorbij
  • Wachten op woensdag
  • Donderdagskinderen
  • Denken aan vrijdag
  • Als het zaterdag wordt
  • Zondagochtend breekt aan
  • De dag van de doden

Andere boeken van Nicci French zijn Bezeten van mij, Tot het voorbij is, Wat te doen als iemand sterft en nog vele anderen. Samen met auteur Camilla Läckberg schreven ze De vrienden van Matty & andere spannende verhalen.
http://www.niccifrench.nl/boeken/frieda-klein/

© JJMB Tops

 

Laten we een lawine maken…

3.2

Heeft u ook zo van die momenten dat het u allemaal even vreselijk tegenzit? Dat u alles uit uw handen laat vallen, uw knie blauw stoot aan het deurtje van het openstaande keukenkastje, dat u plotsklaps ziet dat iedereen zo in zichzelf gekeerd rondzweeft of u verwonderd en wantrouwig aanloert als u hen begroet en u even later zowaar ondersteboven winkelkart, –nog drie stappen en u was haar voor geweest bij de kassa-?

Ik weet het, lieve medemens, er zijn zo van die dagen waarop u zichzelf, net als ondergetekende, vol vertwijfeling afvraagt waar het allemaal voor dient op deze ondermaanse. Waarom nou net ú steeds dat onwelgevallige ten deel valt. Wat de reden is van die houten sjor-voiture waar u zich tot in lengte van dagen voor schrap zet.

Als u goed om u heen kijkt, ziet u dat iedereen zo’n bolderkar met zich meezeult. De een wat voller beladen dan de ander, maar ze trekken hem. Ook ik. En net zoals u ben ik van mening dat de mijne net even iets voller is dan die van allemaal en tot de nok afgeladen met een varia van naargeestig en onguur kommerlijk leedwezen. Alleen het vlaggetje en de lege bierkrat ontbreken nog. Ik begrijp u zo goed!

Wel, het heeft mij bijna een halve eeuw gekost om te gewaarworden dat het leven geen énkel recht geeft op geluk. Daar kijkt u van op, nietwaar? Want eigenlijk was u, met al dat gemak waarmee u bent opgegroeid, met de luxe van de dag van vandaag met een veilig vangnetje hier en daar voor de irritatie van de zintuigen; een pilletje voor de pijn, wat toeslagcentjes van de maatschappij, –u heeft er recht op, u betaalde er immers toch al die jaren voor?– en een boterhammetje door de voedselbank, met de meest smeuïge vanzelfsprekendheid, in de opperste veronderstelling dat u daar ‘recht op had’, net als dat plekje vooraan in de rij van de kassa, met dat ene boodschapje. Laten we wel wezen, fatsoenlijk vragen of u even voor mag dan, –u moet tenslotte de cake nog afgieten-, is tegenwoordig vreselijk ouderwets. U heeft er immers recht op, toch? Dat u daarmee de minder valide medemens wat langer laat lijden, ach, daar knijpt u voor deze ene keer uw oogje even voor dicht. Die ziet u straks toch nooit meer.

Die enkele keer is het probleem ook niet, –die cake zal maar overlopen, ik zou het niet op mijn geweten willen hebben-. Het probleem zit hem in de volgzaamheid van de rest van de roedel. Want sinds jaar en dag is bekend dat de mens zich aanpast aan het gedrag dat de ander in de groep vertoont. En u, die er toch lekker gemakkelijk mee wegkwam, de minder valide medemens was niet in staat om een bijl in uw rug te klieven en liet het bij een dapper aanspreken van uw Oost-Indisch dove oor terwijl u halsstarrig zwijgend van haar weg bleef kijken tot u eindelijk, –niet– aan de beurt was, bent gemakkelijker geneigd om het een volgende keer weer te doen. De rest van het cortège ziet het u doen. Met een beetje pech denkt het hele entourage dat het zo heurt, und so weiter, und so weiter, und so weiter.   

En nu het goede nieuws. U kunt de wereld redden! Nou ja, in ieder geval Nederland. Of, althans, een groot gedeelte daarvan. Daarmee moet dan wel een beroep worden gedaan op uw empathisch vermogen en uw creativiteit. Ik was er al een beetje mee begonnen, maar, lieve medemens, ik kan het niet alleen. En ik weet het, dat is een hele opdracht, maar samen kunnen wij dat, daarvan ben ik overtuigd! Samen staan wij sterk!

Als u nou bij elke stap die u doet, net als ik, ook uw medemens meeneemt in uw kokervisie. U kijkt een keertje naar links, een keertje naar rechts en u draait zich ook nog af en toe een keertje om, dan beloof ik u dat er een veel grotere wereld aan uw voeten ligt dan u dacht. Allemaal mensen met hun eigen verhaal, hun eigen geschiedenis, hun onzekerheden, hun verdriet, hun blijdschap, verliezen en worstelingen.

En als u nou vanaf vandaag ook nog het besluit neemt om de ánder te behandelen op de manier zoals u zelf graag wilt dat er met u wordt omgegaan en bij élk ander besluit, hoe klein die ook mag wezen, vooraf bedenkt wat het eventueel voor gevolgen kan hebben voor de ánder, al is het maar een stapje achteruit wanneer u uw hoofd uit de groentekoeling trekt, dan zou het zomaar zo kunnen, dat de sfeer, tenminste binnen de straal van een paar km om uw lichtende gestalte heen, zo sociabel wordt dat de misère van het leven als vanzelf een heel stukje dragelijker wordt. Als u dan op uw beurt die cirkel weet te overtuigen, dan bewerkstelligen we met z’n allen straks een heel knusse samenleving.

En ook al ziet u om u heen de hardnekkeling toch  volharden in “Ik heb daar recht op, aan de kant want daar kom ik aan”, blijft u dan alstublieft gewoon volharden in uw eigen warmhartige en beminnelijke zelf. Dan volgt de rest van de kudde vanzelf. © JJMB Tops

3.1.jpg

 

 

Stalker, Lars Kepler

Stalker

*️⃣*️⃣*️⃣*️⃣⏺

Op het politiebureau van het Zweedse Korps Landelijke Politiediensten komt een YouTube-filmpje binnen. Op het filmpje wordt een vrouw gefilmd, beloerd van buitenaf, terwijl ze een panty aantrekt. Eigenlijk gebeurt er niet zoveel bijzonders op het filmpje. Domweg een kort moment uit het leven van een gewone vrouw. Een week later wordt de vrouw dood aangetroffen in haar huis, hetzelfde huis als waar ze is gefilmd. Haar gezicht is aan flarden gehakt en haar hand lijkt met een specifieke reden in en bepaalde positie gemanoeuvreerd. Het lijkt er sterk op dat de vrouw is vermoord, vlak na het moment waarop de politie het filmpje ontving. Dan ontvangt de politie een tweede filmpje, van een andere vrouw, in haar huis…

Stalker is het vijfde boek in de Joona Linna serie van Lars Kepler. Wat mij betreft een ijzersterk en bloedstollend verhaal. Vanaf de eerste bladzijde weet de auteur de spanning op te bouwen. De personages zijn prachtig beschreven in hun eigen karakter en bieden meer dan voldoende tegenwicht om het verhaal aan elkaar te rijgen maar het toch boeiend te houden.

De -vele, het zijn er maar liefst 139, exclusief het epiloog- hoofdstukken zijn kort en steeds vanuit een ander personage beschreven. Elk karakter krijgt steeds een paar hoofdstukken de ruimte, waarin de, -soms erg penibele-, situaties van het personage worden beschreven vanuit de auctoriale, alleswetende verteller, die zelfs beschrijft wat er door de slachtoffers heengaat, als ze worden aangevallen. Hierdoor blijf je als lezer op het puntje van je stoel zitten. De spanning wordt steeds verder opgebouwd, van slachtoffer, naar bijna slachtoffer-en dan toch slachtoffer, tot overlever.

Hoewel het een bloedstollend verhaal is, schroomt Kepler niet om ook humor te verwerken in de karakters van bepaalde personages, die daardoor dichter bij jou als lezer komen te staan.

Ook werkt Kepler met mooie tegenstellingen. Je zou immers een zachtmoedig persoon verwachten bij een hoogzwangere commissaris Margot, die je, ondanks de baby in haar buik en de vrouwelijke blonde vlecht op haar rug, in eerste instantie leert kennen als een vrouw die zich door haar zwangerschap log vooruit beweegt achter haar dikke buik aan, bijzonder eigengereid steeds haar zin wil doordrijven, zelfs op momenten behoorlijk lomp uit de hoek komt en nu voor drie eet met als excuus omdat het moet nu ze zwanger is, waardoor ze jou als lezer af en toe het bloed onder de nagels uit lijkt te willen krabben. En die je toch uiteindelijk beter leert kennen door de karakterbeschrijvingen tussen de regels door als iemand die wel degelijk begaan is met haar medemens, -ze zet immers haar hakken in het zand en drijft haar zin door voor de veiligheid van potentiele nieuwe slachtoffers en het vele aanraken van haar buik, laat zien dat ze veel om haar ongeboren kindje geeft-. Ook haar humor maakt haar een menselijk en beminnelijk persoon en blijkt uit haar droge commentaar op de vraag die haar collega Adam stelt, terwijl zij zich als enige, midden op de dag, te goed doet aan een hamburger en daarna gemoedereerd doorgaat met frites, komt in onderstaand citaat mooi tot uitdrukking:

“Ik snap niet…Wat zijn dat in Godsnaam voor mensen die zich met orgies in laten?”

“Geen idee, ik heb al zeker tien jaar niet aan groepsseks gedaan.”

Terwijl ze een steeltje frites in de ketchup duwt, zegt ze breed grijnzend dat het een grapje is en ooit in haar loopbaan een inval heeft moeten doen in een swingersclub.

Door het auteurskoppel, -Lars Kepler is een pseudoniem voor het schrijversechtpaar Alexander en Alexandra Ahndoril-, wordt veel gebruik gemaakt van het beschrijven via alle zintuigen. Je ruikt de zinderende sfeer in orgiekamer (“Er hangt een zoete rokerige geur in de donkere kamer” en “In de lipgloss in haar mondhoek zijn restjes wit poeder achtergebleven”) en proeft haast de duistere sfeer die het verhaal ademt. Die scene wordt voortreffelijk en gedetailleerd beschreven, zodat je je zelfs een duidelijk beeld kunt vormen van de Zweedse omgeving, zonder dat je er zelf ooit bent geweest en kun je de ruimtes waarin de personages zich bevinden, ook duidelijk voor je zien. ‘De vergeten kamer’ waarin de orgie zich afspeelt wordt prachtig beschreven; “Aan het begin van de eenentwintigste eeuw is het hotel volledig gerenoveerd. Alle hotelkamers werden gestript en alle interieurs vervangen. Toen de werklui vertrokken waren, bleek dat kamer 247 vergeten was. Dezelfde kamer was sinds de bouw van het hotel in 1974 bij alle renovaties over het hoofd gezien. Hij is nog steeds intact als een kleine capsule van vergeten tijd.”

In de hoofdstukken van het middelste gedeelte van het boek raak ik de draad een beetje kwijt als er teveel wordt blijven gehangen en geschreven over kerken en drugs -gebruikende dominees die niet veel meer aan het verhaal toevoegen. Je krijgt dan af en toe het gevoel dat je iets in het verhaal eerder hebt gemist terwijl dit niet zo is. Wat mij betreft had het middengedeelte wat compacter geschreven kunnen worden, dat had mijns inziens geen afbreuk gedaan aan het plot en het slot. Maar op een bepaald moment wordt het verhaal weer goed opgepikt en is de heldere draad en de spanning in het plot weer terug tot een fenomenaal slot, dat mij volkomen verraste. Tot ver in het verhaal blijf je als lezer in het ongewisse van de identiteit van de dader in de gele regenjas. Dit maakt dat Lars Kepler voor mij op eenzame hoogte in mijn lijst van lievelingsauteurs komt, naast Mo Hayder.

Ondanks dat Stalker het vijfde deel is, is het niet per se noodzakelijk om de eerste delen te hebben gelezen. Bepaalde personages en situaties uit de eerdere delen worden duidelijk genoeg gemaakt in dit deel.

Het schrijversechtpaar Alexander (1967) en Alexandra (1966) Ahndoril debuteerde onder het pseudoniem Lars Kepler met de thriller Hypnose in 2009. De naam van Lars Kepler is een samenvoegsel van de namen van de Zweedse schrijver Stieg Larsson en de Duitse wetenschapper Johannes Kepler. Andere boeken als Getuige en Slaap kregen een nominatie voor de Crimezone Thriller Award. Naast de Joona Linna-serie, begon het echtpaar ook aan een nieuwe trilogie waarvan het eerste deel Playground kreeg en in 2015 werd uitgegeven.

Uitgeverij: Cargo, De Bezige Bij.

© JJMB Tops

Grijs gebied, Marion Pauw

Grijs gebied

*️⃣*️⃣*️⃣⏺⏺

Wanneer Naomi, vanuit haar werk in een cafeetje, naar huis fietst, wordt ze onderweg aangevallen door een onbekende man, die ze even daarvoor op een akelige kille manier naar haar had zien staren, toen ze vertrok. De belager weet haar te overmeesteren door haar vreselijk te mishandelen en sleept haar daarna aan haar haren naar een afgelegen plek om haar te misbruiken.

Als ze een fietser aan hoort komen, probeert ze de aandacht van deze fietser te trekken door onverwacht en met veel moeite een kreet te slaken. Als de dader beseft dat zijn plan is mislukt, drukt hij uit frustratie nog, op een uiterst vernederende wijze, zijn stempel op haar en maakt dan snel dat hij wegkomt. Met de allerlaatste kracht die ze nog bezit, weet Naomi, ernstig gewond, naar haar redder te kruipen, die onmiddellijk de hulpdiensten waarschuwt.

Op datzelfde moment duikt er een oudere man bij hen op die hen beweert, alles te hebben gezien. Wie is deze Albert? Wat is zijn rol in deze afschuwelijke gebeurtenis? En waarom ondernam hij geen enkele actie?

Het verhaal wordt geschreven vanuit de verschillende personages, te beginnen met de razernij van de aanval, beleefd vanuit Naomi. Daarna gaat het verder vanuit het perspectief van Albert, van wie de fakkel weer wordt overgenomen door Menno, de reddende fietser, daarna steeds afwisselend vanuit het oog van de politie en nog een paar andere personages.

Grijs gebied is als geschenkboek geschreven voor de Maand van het Spannende Boek en is daarmee relatief dunner dan een gemiddeld boek, het telt maar 94 bladzijden. Het verhaal begint zo schokkend reëel waarbij de personages zo karakteristiek en herkenbaar beschreven zijn, dat de verwachtingen voor het hele plot hoog gespannen zijn. Deze worden door de teruglopende spanningsboog in de verhaallijn jammer genoeg niet helemaal waargemaakt. Ondanks een opleving in spanning wanneer de dader opnieuw in beeld komt, blijft het geheel, met uitzondering van het begin van het boek, een wat kinderlijke schrijfstijl houden en doet het slot enigszins afgeraffeld en simpel aan. Het verhaal had wat mij betreft veel meer uitgediept kunnen worden.

Al met al is dit boekje uitermate geschikt voor de jonge beginnende boekenlezer spannend en dun genoeg om aangestoken te worden door het leesvirus om zich hierna aan een dikkere pil te durven wagen.

Marion Pauw (1973), van geboorte Australische, kwam naar Nederland toen ze zes jaar oud was. Ze werkte o.a. als freelance journaliste, als columniste voor Flair en als copywriter. In 2005 debuteerde zij met ‘Villa Serena’ maar haar definitieve doorbraak bereikte zij met ‘Daglicht’, een psychologische thriller met ‘autisme’ als thema. Met ‘Daglicht’ won ze De Gouden Strop. Tevens schreef ze het scenario voor de televisieserie ‘In therapie’ die in 2010 op de Nederlandse televisie werd uitgezonden.

Ook schreef zij samen met Susan Smit, (auteur van boeken als ‘Elena’s vlucht’ en ‘Wat er niet meer is’), het boek ‘Hotel Hartzeer’ waarin zij hun eigen ervaringen in hartzeer en liefdesverdriet beschrijven en hierover praten met experts als Roos Vonk , Connie Palmen, e.a.

Haar boeken zijn uitgegeven door uitgeverijen als Ambo|Anthos, Lebouwski en B for Books.

In 2015 kondigde Pauw jammer genoeg aan te stoppen met schrijven.

© JJMB Tops

 

Gesloten motieven…

IMG_3659

“Wat doe jij nou?”, vraagt ze terwijl ze onzeker een stap naar de uitgang doet en langs hem heen probeert te kijken. “Draai je nou de deur op slot?”

Hij blokkeert met zijn lichaam de smalle doorgang tussen haar en de deur van de caravan terwijl hij zich naar haar toe draait. “Ik draai niets op slot, kijk maar”. Hij draait opzichtig de metalen knip aan de bovenkant van de deur een paar keer van de deurpost af en weer terug erop.

“Je weet best dat ik het niet heb over die knip. Ik heb het over het slot in die klink.”

“Oh die, nee joh, die heb ik niet op slot gedraaid. Je weet toch dat ik de deur alleen met die knip afgesloten wil hebben? Als er brand uitbreekt, moeten we er uit kunnen. Kom eens hier, ik heb je gemist, lastpak dat je bent.” Hij buigt naar voren en trekt haar naar zich toe. “Vertrouw je me soms niet?” Zijn woorden klinken zacht. Plagerig trekt hij zachtjes aan een rode pluk haar dat uit de knot op haar hoofd is losgeraakt en op haar schouder rust. “Weet je, rooie, jij mag van geluk spreken dat ik zo vergevingsgezind ben.”

Ze reageert er niet op. Meteen maakt ze zich weer los uit zijn greep en doet een stap naar achteren terwijl ze haar blik op het slot gericht probeert te houden. Er steekt geen sleutel in.

“Maar ik zag je de sleutel toch omdraaien? Waar heb je hem gelaten? Die kan er toch gewoon op blijven zitten?” Het wantrouwige onderbuikgevoel is weer terug om opnieuw de strijd aan te gaan met haar nuchterheid. Over het algemeen genomen is ze behoorlijk rationeel ingesteld. Feiten en omstandigheden, de twee belangrijke pijlers in het politiewerk, ze sluiten naadloos aan op haar karakter. Daarnaast wandelt haar weerzin mee tegen het gemak waarmee de mens vaak blindelings de massa volgt en zijn individuele principes en waarden domweg overboord gooit wanneer hij ziet dat de meute achter iemand aanhobbelt met een grotere bek. Of als hij er toevallig die keer zijn voordeel uit kan halen.

“Waarom moet die deur nou ineens op slot?”, houdt ze vol.

“Ik héb die deur niet op slot zitten, dat doe ik nooit. En nou hier komen!” Opnieuw probeert hij haar naar zich toe te trekken.

Maar zo vlug geeft ze zich niet gewonnen. “Maak hem eens open dan?” Ze probeert langs hem af naar de klink te grijpen. Hij houdt haar wat lacherig tegen. “Stop daarmee. Ik vind het niet leuk. Waarom mag ik niet zien dat je hem niet hebt afgesloten?”

“Waarom vertrouw jij mij niet?! Áltijd moet jij moeilijk doen!” Hij kijkt haar ineens weer vol afkeer aan. Het is dezelfde vijandigheid waarmee ze de laatste weken steeds vaker wordt geconfronteerd. Ze zou er inmiddels aan gewend moeten zijn. Toch schrikt ze iedere keer weer van het gemak waarmee hij zijn stem van een innemende klank ineens kan laten ontploffen tot de harde en kwaadaardige intonatie waarmee hij haar dan de meest hatelijke dingen toe slingert. Het lijkt wel of hij daar iedere keer nog een schepje bovenop doet.

Met één pas staat hij voor haar. Ze voelt zijn adem in haar gezicht als hij zijn ijsblauwe ogen priemend in haar blik vast haakt en zijn stem klinkt zacht en beheerst als hij haar toebijt. “Begin jij nou weer met ruzie? Ik probeer iets goed te maken en jij doet weer moeilijk! Wanneer léér jij het nou eens, stomme trut?” Een vage geur van alcohol vermengd met die van knoflook dringt haar neusgaten in. Ze knippert met haar ogen en draait haar gezicht een kwartslag opzij om ongemerkt meer ruimte te creëren in de minuscule afstand tussen zijn gezicht en het hare terwijl ze het gevoel probeert te negeren dat ze ieder moment in haar broek kan plassen.

“Rustig nou maar…”, probeert ze hem te kalmeren. “Ik stel toch alleen maar een gewone vraag? Ik bedoel er verder niets mee. Je weet hoe ik ben met afgesloten ruimtes.” Ze voelt zich ongemakkelijk in de positie waarin ze zich nu bevindt. Ze houdt er sowieso niet van om opgesloten te zitten. In een volle zaal met mensen zoekt ze haar plaats daarom ook altijd zo dicht mogelijk bij de uitgang. En altijd op een stoel die grenst aan een looppad. Ze wil altijd haar uitweg naar buiten hebben.

Ergens klinkt weer dat schimmige stemmetje dat haar van binnenuit iets probeert te zeggen. Dat ongemakkelijke gevoel, die warrige twijfel, die vage associatie met angst waar ze haar vinger maar niet op kan leggen en dat ze om die reden ook altijd weer probeert weg te rationaliseren. Waar komt dat onbestemde gevoel toch steeds vandaan? Waar probeert haar intuïtie haar dan voor te waarschuwen? Waarom zou hij überhaupt iets naars met haar van plan zijn?

“Waar wilde je over praten eigenlijk?”, vraagt ze, en poogt daarmee de aandacht af te leiden van het stroeve contact over de afgesloten deur. Het voelde niet goed als hij zich zo onvoorspelbaar gedroeg. Ze was niet bang aangelegd, maar voor zijn woede uitbarstingen was ze wél huiverig. Ze speelde altijd graag op safe en had de touwtjes strak in handen als het haar eigen leven betrof maar op een of andere manier leek die regie, als ze bij hem was, steeds uit haar handen te glippen. Voordat ze het wist leek ze met hem telkens weer in een ongemakkelijke situatie te zijn verzand of deed ze steeds iets verkeerd in zijn ogen. Niemand wist dat ze hier was op dit late tijdstip. En met de wetenschap dat de camping in deze late tijd van het jaar helemaal uitgestorven was, op een enkele pas gescheiden man na, die hier en daar in een van de chalets op het terrein zijn toevlucht had gezocht, en de wetenschap dat die deur ook nog eens op slot zat, voelde ze zich niet op haar gemak. Eigenlijk had ze gewoon thuis in haar warme bed moeten blijven vanavond maar ze was zo opgelucht geweest toen hij haar vanavond had wakker gebeld, na dagen totale radiostilte.

“Nergens over. Ik miste je gewoon. Ga nou even zitten, troel. Wil je wat drinken?” Hij klopt op de kussens van de banken die als een matras in elkaar gepuzzeld liggen op de neergeklapte tafel en zo tot een bed zijn omgebouwd. Op het bed liggen twee dikke, tot één geheel aan elkaar geritste, winterslaapzakken. Bij de instapopening van de slaapzakken ligt één hoofdkussen in een sloop met een zwart-witte design print.

Uit het boek met de werktitel ‘Tottel’, uitgifte medio 2018. © JJMB Tops

IMG_3660